2 november 1994

Wanneer Nick de passengersterminal van het vliegveld van Idaho Falls verlaat, staat Rachel hem al met een opzichtig bord van de YMCA op te wachten. Het is vreemd; het voelt aan de ene kant als 'thuiskomen' terwijl hij hier, in Amerika, toch al achttien jaar niet meer is geweest en zich niets meer kan herinneren uit die tijd toen hij nog maar twee jaar oud was. Aan de andere kant voelt het als verraad naar zijn nog overgebleven familieleden in Nederland dat hij zonder hen van te voren in te lichten, met de noorderzon is weggegaan.

Hij kon het gewoon niet meer. Het was te veel geweest. De laatste drie maanden met zijn moeder waren zo verschrikkelijk zwaar geweest dat hij helemaal op was en het niet meer op had kunnen brengen om zijn twee ooms en enige tante te verwittigen. Hij had het afgedaan met een brief die hij hen had gestuurd op de dag van zijn vertrek. Ze zouden het toch niet begrijpen en hem proberen over te halen met bijbelse teksten en zogenaamde familiale verplichtingen. Neen, daar zat hij zeker niet op te wachten. Wat dat betreft had het geloof meer invloed op zijn leven gehad dan hem lief was. Zijn ouders waren destijds vanwege datzelfde geloof weer terug naar Nederland vertrokken. Zijn vader wilde er zijn laatste jaren slijten als dominee in de kleine, zwaar gereformeerde gemeenschap op de Veluwe waar hij zelf was opgegroeid, en in de buurt van zijn broers die daar nog steeds samen in het ouderlijk huis woonden en bij dezelfde kerk kerkten. Pappa stierf vijf jaar geleden vrij plotseling aan een hartaanval en dat had tot gevolg dat het contact met de fanatiek gelovige ooms werd geïntensiveerd. Moeder was ook al op leeftijd en had het zwaar te verduren met het plotselinge overlijden van haar man. Als enig kind durfde Nick haar het bestaan niet moeilijker te maken dan het al was en deed dus braaf wat moeders en de twee ooms van hem verlangden. Dan was er nog wel een tante, maar die woonde ver weg. Althans naar Hollandse begrippen. Hier in de States draaien ze hun hand niet om voor een afstandje van een paar honderd kilometer. Ze woonde al sinds jaar en dag in Haarlem en had weinig contact met de familie. Geen reden dus voor Nick om zijn hart bij haar te luchten of haar te vertellen van zijn vertrek. Ze was nog wel heel even bij de begrafenis van zijn moeder geweest.

"Dat is ook alweer vier weken geleden..", denkt Nick als hij op Rachel af loopt die met het grote, opvallende bord op hem staat te wachten.
"Hi, you must be Rachel!", zegt hij met een glimlach en een enigszins gespeelde zelfverzekerdheid. "Hi Nick", antwoordt ze en ze geven elkaar hartelijk een hand.
Rachel is een mooie vrouw van een jaar of dertig en ziet er relaxed en 'natural' uit. Alsof niets haar zou kunnen deren. Echte zelfverzekerdheid die door levenservaring is gevestigd en een open blik naar de wereld. Nick krijgt meteen een fijn gevoel als ze samen naar de auto lopen en al zijn onzekerheid over de juistheid van zijn beslissing vloeit nu weg.
"Hoe was je reis?", vraagt ze geïnteresseerd en neemt ondertussen een kleine koffer van hem over. "Oh, het was ok", antwoordt Nick. "Ik heb een goede vlucht gehad, geen problemen. Ik zat zelfs naast een zeer gezellige man waar ik een tijd mee heb zitten praten". "Dat is tof natuurlijk", reageert Rachel. "Ik word altijd ontzettend blij van die onverwachte, warme contacten" en ze opent de deuren van de auto.
"Gooi je spullen maar achterin", gaat ze verder. "Het is nog wel een half uurtje rijden...". Nick legt zijn koffers en tas in de achterbak en gaat naast haar in de auto zitten. "Weet je Rachel", hapert hij nu. "Ik vind het best spannend" en voordat hij de kans heeft om verder te gaan zegt ze:" Hoe bedoel je spannend?". "Nou, straks. De eerste ontmoeting in het tehuis. Met de kids. Zouden ze me accepteren? Ik ben niet echt veel ouder! Kan ik het wel? Dat soort dingen, weet je" en hij staart vervolgens aan zijn kant door het raam naar een eindeloos landschap wat zo onmetelijk veel ruimte in beslag neemt dat het hem even de adem beneemt.
"Oh, wees maar niet bang, Nick. We laten je echt niet zwemmen hoor. En dat bedoel ik dan figuurlijk he? Haha" Ze lachen samen en Nick voelt zich steeds meer op zijn gemak. Na wat luchtig geklets en gezellig gekakel vraagt Rachel plotseling: "Mis je je moeder erg?" en Nick schrikt een beetje van deze vraag. "Zij is toch pas overleden?", vraagt Rachel door. "Ja. Ja", antwoordt hij dan. Nog steeds een beetje verbouwereerd. "Tja, ik mis haar natuurlijk heel erg. Ik heb de laatste maanden van haar ziekte voor haar gezorgd en dat geeft wel een diepe band. Het was heel zwaar, maar ook indrukwekkend om dit nog voor haar te mogen doen en het is natuurlijk gek dat ik nu geen ouders meer heb. Ik ben nu de oudste van het oorspronkelijke gezin". Het is even stil en Rachel realiseert zich dat het allemaal nog heel erg vers is. "Misschien wil je het er helemaal niet over hebben Nick? Sorry hoor. Ik wist niet dat..." en Nick onderbreekt haar en vertelt verder: "Ze was zo ziek. Het was afschuwelijk om te zien hoe ze aftakelde. We hebben het nog wel voorzichtig over euthanasie gehad, maar dat was natuurlijk niet bespreekbaar. Dat zou de Heer nooit goedkeuren". "Was ze zo gelovig dan?", vraagt Rachel. "Gelovig? Gelovig?", zegt Nick opgewonden, "Dat is nog zacht uitgedrukt! Mijn vader was dominee en mijn moeder was mijn vader". Ze schieten allebei enorm in de lach van deze uitdrukking, maar Rachel begrijpt ondertussen precies wat Nick ermee wilde zeggen.

Als ze bijna bij het YMCA-tehuis in de bossen van Idaho Valley arriveren is het stil in de auto en zit Nick te genieten van de overweldigende natuur die hen omringt. "Waarom zijn mijn ouders ooit terug naar Holland gegaan?", denkt ie en staart voor zich uit. "Wel een geluk bij een ongeluk dat ik nu twee nationaliteiten en twee paspoorten heb waardoor ik zonder problemen hier kan gaan wonen en werken.... Ben ik mijn vader toch nog ergens dankbaar voor", denkt hij sarcastisch en zo sijpelen zijn gedachten nog even door totdat ze bij een groot hek aankomen wat klaarblijkelijk de toegangspoort van het opvanghuis is. Door een tip van een kennis in Nederland wist hij dat ze een zelfstandig werkende kok zochten die ook op therapeutisch vlak meehielp en dat had hem meteen aangesproken. Ook al had hij zijn opleiding tot kok nog niet afgerond, hij had daags na het overlijden van zijn moeder een brief geschreven en mocht direct komen. Hier zal hij zijn 'nieuwe' leven opbouwen en hier zal hij moeten aarden. Nick voelt opwinding en angst tegelijk. "Thrilling in many ways", denkt ie geamuseerd.

Het huis is groot en een beetje sprookjesachtig. Het doet hem zelfs aan het grote, houten Pippi Langkoushuis denken. "Wow, wat een gaaf huis!", roept hij uit en Rachel begint te lachen. "Mooi he?", zegt ze. "Maar wacht maar tot je binnenkomt" en met een serieuze frons op haar gezicht lijkt dat weinig goeds te voorspellen. Als ze eenmaal binnen zijn begrijpt hij haar lichte waarschuwing. Overal graffiti op de muren en spullen her en der. "Jeetje wat een troep hier", denkt hij en knikt vriendelijk naar de eerste bewoner die hij tegenkomt. In dit huis, in deze bende, met deze mensen zal hij de komende tijd moeten wonen en werken. Hij zal hier als 'groentje' de keuken gaan bestieren en dag in, dag uit deze ontspoorde knapen van nog net niet zijn leeftijd, van voedsel gaan voorzien en betrekken bij de taken in de keuken. "Mijn lieve God", denkt hij in de goede familietraditie. "Waar ben ik aan begonnen?". En juist op dat moment, als hij min of meer een aanval van denkbeeldige vraagtekens ondergaat, gaat de deur van de woonkamer open en staat daar een vriendelijk ogende man. "Hi Nick, how are you. I'm Chuck, the manager of this....how you want to call it....mess?" en hij barst in een bulderend gelach uit wat de hele situatie weer een beetje ontzenuwd. Nick lacht hartelijk mee en observeert de man aandachtig. Hij is groot en dan niet alleen in de hoogte. Hij is bijna twee meter lang en dik. Dat kan natuurlijk niet, maar hij is in ieder geval huge! "Kom op Nick, dan laat ik je jouw domein zien" en hij slaat zijn arm om Nick en ze lopen richting keuken. Die grote arm om zijn schouders geeft Nick een vertrouwd gevoel van 'dat het allemaal wel goed komt' en hij realiseert zich tegelijkertijd dat zijn vader dat nooit had gedaan. Zo'n warme, veilige arm rond zijn schouder. Rachel is inmiddels afgehaakt en druk met het bergen van Nick's bagage. Nick ziet haar door het raam sjouwen met zijn koffers en is oprecht onder de indruk van deze vrouw. "Zou zij een relatie met Chuck hebben?", mijmert hij een moment, stilletjes hopend dat dat niet zo is. Niet dat hij iets met haar zou kunnen krijgen; ze is nota bene tien jaar ouder. Nee, dat niet, maar dan liever ook niet een andere man. Als de Heilige maagd Maria die eigenlijk niemands vrouw is en dus ook ieders vrouw zou kunnen zijn.

Als ze de keuken binnenkomen wordt Nick overweldigd door de grote, schone, glimmende ruimte met de modernste apparatuur die je je maar kunt bedenken. "En? Wat vind je ervan?", vraagt Chuck verwachtingsvol. "Ik... Ik ben compleet...." en na een halve seconde niets gezegd te hebben zegt Chuck meteen opgewonden: "Ja? Nounenenounou?" en begint weer keihard te lachen. "Het is gewoon amazing!", zegt Nick die al zeker twee minuten met beide voeten aan de grond gekruidnageld staat. "Het is gewoon prachtig" en hij loopt nu langzaam naar het werkblad en raakt de materie met zijn vingertoppen zachtjes aan alsof hij zeker wil weten dat het allemaal echt is. Hij streelt bijna de volledige keuken en apparaten en het messenblok, opent de dubbele oven en glimlacht bij het herkennen van de enorme afwasmachine. "Hier kan ik wel mee uit de voeten", zegt hij nu ondeugend tegen Chuck en deze laat hem gelijk de voorraadkamer zien welke grenst aan de geweldige keuken. Terwijl hij hier een koekje en daar een stukje worst naar binnen werkt, vertelt hij aan Nick dat de keuken net twee maanden geleden compleet is vernieuwd en dat het voorheen een ravage was waar niet in te werken viel. Door een schenking van een rijke sympathisant konden ze deze verbouwing betalen en werd er speciaal een kok, Nick dus, aangetrokken.