Archief voor: December 2009
De man in de blauwe zwembroek

Hij kon het niet accepteren dit jaar, het einde van de zomer. Hij had een goede zomer gehad, een beste zomer, heel wat beter dan het jaar ervoor. En dus besloot bij tot een protestactie. Een zinloze protestactie, dat wel. Maar was alles in het leven niet zinloos?
Toen hij ’s ochtends op zijn wekkerradio hoorde dat het voorlopig de laatste warme dag van het jaar zou worden hoefde hij niet lang na te denken. Hij zou naar het strand gaan. Natuurlijk zou hij naar het strand gaan.
Seaside

De minister lag lekker languit in de duinen. Het zand onder hem was lekker warm en het had perfect de vorm van zijn lichaam aangenomen. De zon boven hem bezorgde een zalige warmte, perfect gekoeld door de strelende zeebries.
De eerste keer

Het kan morgen gebeuren, maar ook nog jaren uitblijven. Dat ze er door zakt. Dan kan ze geen kant meer uit. Maar hoe lang houdt haar knie het nog. Die gedachte laat me al maanden niet meer los. Nog nooit zag ze een ziekenhuis van binnen. Toch als patiënt niet. Met geen stokken wil ze er naar toe.
Insomnia

Het is donker, zo midden in de nacht met lakens hoog opgetrokken en vuisten omheen de randen geklemd.
Ingehouden rillen mijn ellebogen naar binnen.
Ik verjaag slaaploos demonen die als ratelslangen hun eigen staart najagen
Rusteloos keer ik zij om zij tot dekens en gedachten mij verstrikken.
Verlaten

Beste W,
Terwijl de brieven en felicitaties van over de hele wereld toestromen bij uw opvolger naar aanleiding van zijn Nobelprijs voor de Vrede zal de brievenbus bij u waarschijnlijk kunnen dienen als nestkast voor luie vogeltjes die de nakende winter niet zagen aankomen.
Ik weet dat je een dierenvriend bent dus ik vermoed dat je toch enig soelaas zal kunnen vinden bij de piepende kuikens in jouw Texaanse “mailbox”.
De ommekeer

"Wij zijn toch een perfect gezinnetje, hé?, fluisterde hij liefkozend in Nima´s oor. "Ja" zei ze, maar tegelijkertijd wist ze vanbinnen dat ze heel hard aan het liegen was, want eigenlijk was dit het tegenovergestelde van wat ze voelde.
Schaakmat

Het was de strengste winter sinds 1997 en mijn zus en ik beslisten mama’s vingers af te hakken zodat we onze honger konden stillen. Mama was al drie dagen dood en lag opgebaard in de woonkamer, gewikkeld in een paar verscheurde lakens. De warme dekens kreeg ze niet, die hadden Roberta en ik nodig om ons warm te houden. Dode mensen vinden het toch niet erg kou te lijden, dan denken ze tenminste niet dat ze in de hel zijn beland. Terwijl Roberta mama’s vingers spreidde, nam ik het beste hakmes uit de keukenla, en met een kracht die ik niet verwacht had, plantte het lemmet zich in de opperarm van de vrouw die ons had opgevoed.
