Biecht

-Door Mij, met Mij en in mei zal úw naam geprezen zijn. Lieve Godelieve, vrouw van mij, nu en in het uur van onze dood
-Opa?
-Ja, lieverd
-Oma is in de tuin, hoor. Ze haalt worteltjes.
-Oh, ja. Ja, dat wist ik wel. Maar het is toch lief dat je het zegt. Soms vergeet ik wel eens wat, maar niet heel de tijd.

-Oh
-Zullen we een spelletje spelen?
Een spelletje. ‘Te biechte gaan’ heette zijn favoriete spelletje.
-Goed. Zal ik biechten?
-Nee, jij hebt een rok aan, dat lijkt het meest op een priester.
Hij nam het grote kruis en hing het rond mijn nek. Het was zwaargevuld met vergeven zonden.
Ik zette me in de veranda. Hij nam een stoel en ging in de woonkamer achter het open raam zitten, de gordijnen dicht.
-Hoor je me?
-Ja, opa.
-Mijn zoon!!
Hij fluisterde, maar met aandrang.
Ik hijste me in mijn rol.
-Ja, mijn zoon. Ik hoor je. Wat ligt er op je hart, o… mijn zoon?
-Vergeef me Vader, want ik heb gezondigd.
Ik knikte. Hij kon het niet zien.
Elke week opnieuw.
-Eergisteren, vader. Of nee, dinsdag… Of toch eergisteren
-Euhm
-heb ik een doodzonde begaan.
Ik zweeg.
-Het was op het land, bij het hooien. Ik weet niet waar ze ineens vandaan kwam, maar ze was zo mooi, ik had nog nooit zulke rode wangen gezien. En nu heeft ze een kind van mij en Godelieve… Oh God, Godelieve
Dit was het punt waarop hij meestal begon te huilen. Keer op keer.
En ik ook. Maar priesters huilen niet. Priesters vergeven. Week na week.