Gunther De PraeterDe goede moordenaar

met eigen handen gewurgd
zag hij schoonheid uit haar gezicht verdwijnen
tot doffe ogen met gebroken blik,
half weggedraaid
hem niet meer verwonderd aanstaarden

ze had nog gesmeekt
nadien om hulp geroepen
maar mama en papa waren er niet
als zijn handen haar hals omklemden
waarop dikke aders tekenden

langzaam had zij zich overgegeven
aan de zinloosheid van de daad
terwijl haar mond
een zweem van minachting plooide
overheen geëtste angst

er waren veel vragen
over waar het was misgelopen
hoe lang bestond hij al?
en vooral waarom ?
vragen waarop geen antwoord zou komen

want zelf wist hij het ook niet
enkel zijn handen kende hij nu nog
geleid door een diepe oerkracht
die aan de oppervlakte afwezig leek
hij was niet wie hij was

noch wist hij wat hij zag
toen ze uiteindelijk stil lag
met naakt onderlijf
dat vaal bleek
haar donker schaamhaar contrasteerde

was dit het nu?
had hij het hier voor gedaan?
zielig en vuil
zoals zijn leven voelde
zo lang al

hij kende wel medelijden
maar enkel met zichzelf
ware schuld ging hem niet af
want schuld was vroeger,
maar zou nooit meer zijn

Nog geen reactie(s)

Plaats een commentaar


Jouw e-mail adres zal niet worden getoond op deze site.

Jouw URL zal worden weergegeven
(Enters worden <br />)
(Naam, email & website)
(Sta gebruikers toe om contact met je op te nemen via een berichtformulier (je E-Mail wordt niet getoond.))