De speculazenaar

Eèèèèèèèn HUPLA !!! Weer één.
De jonge zwarte man had het vrolijk uitgeroepen terwijl hij een speculaas in de naïeve vorm van een “manneke” bij de andere in een daartoe voorbestemde emmer gelegd had. En toch klonk de vrolijkheid in zijn stem een beetje fake.

Het was nu wel al het tweede jaar op rij dat hij deze klus klaarde, maar toch, echt gewoon was hij dit nog steeds niet geworden. Vorig jaar had hij rond dezelfde periode nochtans bijna een maand aan een stuk doorgewerkt en alsmaar dergelijke figuurtjes geproduceerd. In het begin had hij ze geteld. Het waren er zo’n zes per dag geweest. En dat gedurende een lange maand. Zo’n honderdtal figuren had hij toen gemaakt. Na afloop had hij wijselijk beslist om dit nooit meer te tellen.
Feitelijk had hij gehoopt dat hij dit werk nooit meer zou hoeven te doen, maar ja het was toch wel een uitzonderlijke job. Het was trouwens het enige onaangename aan zijn job. Al het overige was al de rest van de tijd altijd supertof!.
Maar nu moest hij weer speculazen mannekes maken. Hij keerde zich om en keek nog eens naar de emmer, naar het juist beëindigde manneke. Hij knikte ernaar en zocht mechanisch in zijn jaszak naar zijn pakje sigaretten. Hij koos zorgvuldig een rookstaafje uit, stak het op met een lucifertje en wandelde gulzig rokend naar buiten.
Hier in de tuin kon hij eventjes verse lucht happen en zelfs zijn ogen verfrissen aan de mooie bloemen. Een oudere man met een indrukwekkende lange witte baard kwam dichterbij.
“ En Piet, wil het een beetje lukken …?”
De zwarte man blies met opgebolde lippen en wangen de rooklucht naar bu!iten en keek een beetje droevig naar de oudere man.
“ Niet echt, Sinterklaas, it’s a dirty job but someone ’s got to do it. Maar Ik doe het echt niet graag, ik blijf dit zo vreemd vinden.”
“ Ik weet het, Piet, vorige maand heb ik het tijdens de maandelijkse evaluatie met God de vader ook nog aangehaald, maar je weet dat er in onze structuren nooit niks verandert …”

Wat gebeurde hier allemaal? Dit was hier blijkbaar de vaste verblijfplaats van Sinterklaas! En die zwarte meneer Piet was niet zo maar een zwarte meneer die Piet heette maar dat was gewoonweg een Zwarte Piet!
Door een toevallig samenvallen van omzwervingen was ik hier aangeland. Ik was getuige van deze scène en hoorde achteraf die meneer Piet uit.
Zo kwam ik te weten dat Sinterklaas gewoon zichzelf is, in de eeuwigheid der tijden. Zwarte Piet ben je meestal maar gedurende enkele tientallen jaren. Het is een soort overgangsjob na het vagevuur en voordat een ziel naar de hemel kan gaan. Op die manier zijn er een wisselend aantal Pieten doorheen de tijden.
En die figuurtjes in speculaas dan?
Wel zo eindigen de zwaarste gevallen van de kinderen die tijdens de Sinterklaasperiode in de zak van Zwarte Piet belanden! Sommigen hoeven slecht eventjes in de zak zodat ze eens goed verschieten. Het zal hen een les wezen. En na afloop van het bezoek van Sinterklaas worden ze opnieuw vrijgelaten.
Maar daarnaast heb je natuurlijk de echt stoute kinderen, de onverbeterlijke. En die blijven natuurlijk in de magische zak zitten, komen in een soort heilige verdoving en gaan uiteindelijk terug mee naar de vaste verblijfplaats van Sinterklaas.
Tijdens de debriefing met Sint Pieter wordt het geval van elk kind apart besproken. Het staat vast dat ze niet meer terug mogen gaan naar de aarde. Ze moeten ofwel naar de hel ofwel naar het vagevuur, allez, althans hun ziel.
Maar dan blijft natuurlijk na afloop dat lichaam over …
Het stoffelijke overschot zoals dat heet …
Tja, bij iemand die op aarde sterft wordt dat gewoon verbrand of begraven. Maar waar moet je d'er hier mee blijven? En het zijn er ook zoveel!
Het is ook maar een hoopje beenderen en vezels, want de ziel is eruit, maar kom, je moet er toch ergens mee blijven. Het allereerste jaar dat dit voorkwam heeft een toenmalige Piet het idee geopperd om er mannekes in speculaas van te maken en die dan het jaar daarop opnieuw uit delen op aarde. En zo gezegd zo gedaan.
Maar af en toe komt het voor dat er Pieten zijn die toch nog enige moeite hebben op het moment dat ze zo een hoopje mens beetnemen en in de speculazenaar proppen …