Deze man staat alleen
Deze man staat alleen.
Hij balanceert voortdurend op de richel.
De twijfel voorkomt dat hij de diepte induikt.
Hij staart naar de horizon, hopend dat iemand hem tegemoet komt.
Iemand die hem de troost en de veiligheid kan verschaffen waarnaar hij zo verlangt.
Iemand die hem de antwoorden kan geven waar hij zo naar op zoek is.
Deze man is moe van al het vechten.
De kwelling staat gebrand op zijn gelaat. De pijn heeft hem bijna volledig verteerd.
De strijd van een gebroken ziel.
Nog even voordat mans aangezicht vervormt tot een zwarte vlek,
en hij weldra tot het verleden behoort.

Ik ben hier en ik blijf hier zei mijn vader altijd,
ik blijf ook, als verplaats-me-nietje,
geworteld in plaatsen waar het niet uitmaakt hoe ik er ben en waarom ik er ben, eerder dat ik er ben.
En telkens ik weer een decadent minachtende blik van een der vele voorbijgangers te verduren krijg, ik ben hier en ik blijf hier.
Telkens ik iemand zie stopen en staren, met zijn gezicht in een debiele plooi die niets meer dan non-acceptatie laat blijken, ik ben hier en ik blijf hier.
Telkens moeder vragen komt of ik niet beter huiswaarts kan gaan, ik ben hier en ik blijf hier.
Ik deed het vroeger ook wel eens, zijn en blijven, maar om de een of andere reden lukte het blijven nooit echt lang. Goddank dat ik volwassen ben nu, er is minder schaamte, en blijven gaat mij steeds beter af.