Gezellig weertje

Paul keek op zijn horloge. Tijd genoeg nog om de krant te kopen en op het gemak richting Il Mediterraneo te wandelen. Hij slenterde de winkelstraat af tot hij een dagbladhandelaar zag en stapte binnen voor een snelle aankoop.

"We gaan dadelijk sluiten, meneer," zei de man achter de kassa vluchtig, zich al half wegdraaiend naar de half open deur waarop het bordje 'Privaat' prijkte. "Marie! Marie, ben je nu bijna klaar om te vertrekken?! En is Joris al terug?!"

Paul knipperde met zijn ogen en beet op zijn tanden. Dit zou een weekend zonder stress worden, had hij zichzelf beloofd. Hij zou zich niet irriteren aan de willekeurige mensen die hij tegenkwam. Hij nam zijn vertrouwde krant uit het rek en liet hem zacht op de toonbank vallen. Hij betaalde met kleingeld. Bij het buitengaan werd de deur vóór hem opengeduwd en hij glipte langs de aangekomen tiener door terwijl een argument zich al achter hem ontvouwde, blij dat hij daaraan kon ontsnappen.

"Daar ben je, Joris! Je hebt toch ook je ronde gedaan in ... "

Paul ontspande zijn kaak en wandelde richting de bistro waar hij had afgesproken met Julia. Julia, die hij was tegengekomen op de trouw van een collega, waarmee hij sinds eerst wel eens een babbel sloeg tijdens zogenaamde business lunches en die hij toevallig begon tegen te komen op zogenaamde conferenties en zakenreizen. Julia, wiens naam hij bijna per ongeluk had geroepen toen hij laatst nog eens met zijn vrouw vrijde.

Ze was geïnteresseerd in hem. Niet de jongeman waar zijn vrouw op verliefd geworden was, maar de man die hij nu was. Nog steeds vlot, nog steeds gedreven, maar meer op zoek naar diepere voldoening dan het materialistische en vechtend om de alledaagsheid van de modale burger te doorbreken. Het verbaasde hem hoe goed hij zichzelf had leren kennen sinds hij haar kende. Ze was ook nog eens mooi. Zijn vrouw was ook mooi, ook knap zelfs, maar Julia was anders mooi. Ze sprankelde als ze bij hem was, kon geduldig wachten tot hij uit de cocon van de saaie en standvastige manager en echtgenoot stapte en zichzelf kon zijn bij haar en kon dan het beste in hem bovenhalen. Met onverwachte wendingen en ondeugdende speelsheid. Julia was zijn tweede leven. Julia had geen man en geen vriend, enkel hem. Hij had al vaker getwijfeld over zijn huwelijk. Hij zag zijn vrouw graag, apprecieerde haar enorm, beleefde ook met haar en zijn kinderen fijne momenten. En Julia was een individu. Ze was niet van hem afhankelijk. Integendeel. Hij dacht dat hij misschien zelfs meer van haar afhankelijk was dan andersom. In elk geval, hij kon zijn vrouw niet verlaten, maar hij kon Julia ook niet helemaal alleen achterlaten. Dus leefde hij twee levens, één met vaste koers en een variabele en wilde rit. Dat klonk bijna als een promotiepraatje van zijn beleggingsadviseur, bedacht hij zich. Hij hoefde ook helemaal niet na te denken over Julia. Hij zou haar snel genoeg terug zien. Niet nadenken was een deel van zijn levensmotto geworden.

Niet nadenken, carpe diem, en de rest kan de pot op.

Zo volledig, niets anders dan het geheel van de drie aparte stukken. Niet nadenken, en dan vooral niet over dingen die hij toch niet kon veranderen. Zoals het leven, of het karakter van zijn vrouw. Carpe diem, want met Julia had hij geleerd om van elk moment te genieten, zonder nadenken, met veel zin in alles. En de rest kon de pot op. Of de boom in. Of elders waar hij zich er niets van moest aantrekken.

In elk geval, zo was hij in een anonieme stad terechtgekomen, weer op een zogenaamde zakenreis. Hij had een willekeurig restaurant gezocht op het internet, een Italiaanse bistro was het geworden, en daar met Julia afgesproken. Eerst bijpraten bij een drankje, dan een wandeling door de stad, daarna gezellig genieten van de avond in een goed hotel. Hij stapte het restaurant binnen, want het was te kil voor het terras, en zocht een plekje uit net van het raam verwijderd. Zodat hij haar kon zien aankomen, maar ze toch niet in het zicht van elke voorbijganger zaten. Want hij wist dat ze te laat zou zijn. Zoals zoveel vrouwen stond ze al vaak wat langer voor de spiegel. Wanneer ze met hem afsprak, stond ze er extra lang voor, dacht hij altijd, want ze was bijna altijd te laat. Ze zou er waarschijnlijk weer stralend uitzien. Maar ze zag er altijd wel stralend uit. Hij had gewoon zijn grijsgestreepte maatpak aan, met een wit hemd en een bordeaux das. En hij was te vroeg. Nadat hij een rood wijntje had besteld, zette hij een cadeautje in het midden van de tafel - een kleine verrassing voor Julia - en nam hij de krant, van zin om zijn tijd te verdoen met het oplossen van de dagelijkse sudoku's.

"Goedemiddag."

Paul keek op. Aan het tafeltje langs hem was een man komen zitten. Hij was, buiten zijn duidelijk Italiaanse afkomst, nogal alledaags: donker pak, aktetas, gemiddelde hoogte, breedte en leeftijd. Paul knikte terug en concentreerde zich verder op de moeilijkste sudoku. Hij begon altijd met de moeilijkste.

"Gezellig weertje, vind u niet?"

Paul keek terug op. De man naast hem keek hem nogal raar aan. Met een blik op het grote raam - Julia was nog nergens te bekennen - trok Paul zijn wenkbrauwen op. Het was een grauwe, kille dag, ook al had de weervrouw voor deze week prachtig lenteweer voorspeld.

"Als u het zegt," antwoordde hij kortaf. Hij wilde helemaal geen gesprek aanknopen met een wildvreemde. Hij wist exact wat hij wilde, maar hij zou nog wat geduld moeten hebben. Hij zag de man naar het pakje op de tafel kijken, en daarna terug naar hem.

"Vind u het dan geen gezellig weertje?"

Paul onderdrukte de neiging om terug zijn tanden op elkaar te klemmen. "Ik heb het liever wat warmer." De man leek zijn antwoord te appreciëren, want zijn gefronste wenkbrauwen klaarden op en hij probeerde de conversatie te laten verdergaan. Paul liet zijn controle gaan en klemde toch zijn kaken. Dat Julia maar niet te lang op zich liet wachten. Met haar was het quasi onmogelijk om zich aan wildvreemden te ergeren. Maar ja, wildvreemden stoorden hem ook helemaal niet - noch letterlijk, noch figuurlijk - als hij bij haar was.

De man schoof zijn stoel wat dichterbij. "Ik ben hier voor de transactie," fluisterde hij. Paul knipperde nogmaals met zijn ogen. De transactie? Had hij ergens enige informatie gemist? Hij snapte helemaal niets meer van de man naast hem. En hoe langer hoe meer wenste hij dat Julia nu binnen zou stappen. Maar de deur bleef dicht, en geen van de voorbijgangers buiten was Julia, dus Paul legde zijn krant neer. Hij besloot de vorige zin van de man met opzet te misbegrijpen, aangezien hij geen zin had in langgerekte verhalen en ook niet wou aantonen dat hij geen flauw benul had waar de man het over had.

"Ik heb hier afgesproken met een vriendin." Zodra de woorden uit zijn mond waren, bewoog de man naast hem zich terug achteruit, trok zijn stoel terug en zette het koffertje weg onder zijn tafel. "Een fijne dag dan nog!" waren zijn laatste woorden voor hij Paul begon te negeren. Paul snapte nog minder van het vreemde gedrag van de man, maar hij kreeg de kans niet om er verder over na te denken, want hij zag de deur achter Julia dichtvallen. Hij stond voor haar op, de eerste echte glimlach van de dag op zijn gezicht.

-------------------------

Giuseppe, Joe voor de vrienden, keek nogmaals op zijn horloge. Hij snapte er niets meer van. Zoals afgesproken was hij naar Il Mediterraneo gegaan. De eigenaar van de bistro wilde voor de familie Da Pasqualo wel eens een oogje toeknijpen als er iets minder legaal te gebeuren viel. De deal betrof illegale diamanten en de handelaar zou een tussenpersoon sturen voor de uitwisseling, was hem verteld. Hij had gedetailleerde instructies gekregen voor de transactie vlot te laten verlopen. En op een of andere manier was het helemaal misgelopen.

"Joe," had de baas hem gezegd, "hij stuurt een man in maatpak." Bij het binnenkomen had Giuseppe al gemerkt dat er weinig volk in de zaak zat. Van de aanwezigen had er maar één iemand een maatpak aan, dus was hij aan het tafeltje ernaast gaan zitten. Ging vlot, dacht hij. Als de rest van de middag even vlot verliep zou hij vanavond zeker nog tijd hebben om naar Blow Up te gaan kijken.

"Een man in maatpak, met een rode das en een glas rode wijn." Giuseppe had er niet langs kunnen kijken, al was hij nog half-blind geweest. De rode wijn was er, en de rode das ook. Een donkerrode das die helemaal niet paste bij het lichtgrijs gestreepte pak. Giuseppe had bijna hardop gezucht; als zijn mamma of zijn cara de man gezien zouden hebben, hadden ze hem meteen teruggestuurd naar zijn kleerkast en waren ze wellicht nog meegegaan om te helpen kiezen ook. Voor de rest zag hij er maar normaal uit. Hij leek helemaal niet het type dat met illegale transacties zou bezig zijn, maar Giuseppe wist dat schijn kon bedriegen.

"Dan spreek je een codezin en hij zal een codezin antwoorden." De baas had hem beide zinnen drie keer laten herhalen, maar toen de man in de bistro eerst een fout antwoord gaf, dacht Giuseppe dat hij misschien gewoon even vergeten was dat het om codezinnen ging en gewoon geantwoord had als was het een echte conversatie. Of misschien was hij vergeten wat hij moest zeggen. De tweede keer had hij het ongeveer juist, dus had Giuseppe gedacht aan de eigenlijke transactie te kunnen beginnen.

"Hij zal een ingepakt cadeautje bijhebben, iets wat lijkt op een verjaardagscadeau of een kerstcadeau. Jij neemt het cadeautje van hem aan, laat het koffertje staan en loopt naar buiten." Het had Giuseppe allemaal heel simpel geleken. De man in de bistro had zijn cadeautje zelfs op de tafel staan en Giuseppe had naar hem toegeleund om de transactie te beginnen. Daar was het allemaal anders gegaan dan hij verwacht had. De man had iets gezegd over een vriendin en Giuseppe was verschrikt terug recht gaan zitten. Voor hij goed en wel doorhad wat er gebeurde was er een vrouw binnengekomen en was de man druk met haar in conversatie verwikkeld. Ze waren tien minuutjes geleden samen vertrokken, zij met een nieuwe armband aan haar pols.

Giuseppe snapte er dus niets meer van. Hij had al twaalf keer gecheckt of hij zich niet vergist had van tijd, maar hij was er geweest op het afgesproken uur. De man in maatpak had er gezeten en alles klopte met wat de baas hem had verteld. Alleen zat er een armband in het pakje en had de man in maatpak de armband aan een vrouw gegeven voor ze samen weggingen. Het kon toch niet dat dit gewoon per toeval de verkeerde persoon was. Waar was dan de echte tussenpersoon? Had de handelaar hen misschien verraden en de goederen verkocht aan een hogere bieder? Giuseppe stond op het punt de baas te bellen. Hij keek op van zijn GSM toen hij de deur hoorde opengaan. Zijn mond viel bijna open van verbazing. Daar stond een man in maatpak, met een rode das en een cadeautje in zijn linkerhand en beduidend meer louche dan de vorige. Hij knipperde met zijn ogen om zich te vergewissen dat hij zich niet had miskeken, maar de man was er nog steeds. Hij had het koffertje tussen Giuseppe's voeten opgemerkt en kwam bij hem aan het tafeltje zitten.

"Sorry dat ik te laat ben," waren zijn eerste woorden, in een zwaar accent. Giuseppe had ondertussen al lang door dat het acteren niet meer nodig was. "Mijn wekker stond nog op het winteruur," ging de man verder. Giuseppe knikte bruusk. Allemaal goed en wel, maar wat moest hij nu met die andere man. Hij vertelde het verhaal aan de tussenpersoon, maar die lachte zijn zorgen weg. "Hem het zwijgen opleggen? Je piekert te veel man! Hij had een vrouw bij zich, zei je toch, dan is hij jou al lang vergeten ondertussen!" Giuseppe kon het zich wel inbeelden, en grijnsde. "Gezellig weertje, vind u niet?"