Guillaume
Guillaume was de jongen met de rijkste ouders die ik kende. Misschien was dat zijn geluk. Hij was ook één van de weinige studenten van wie de ouders nog samen waren. Misschien was dat wel zijn geluk. Ik weet het niet.
Hij was slim, Guillaume. Intelligent en gevat, op het agressieve af, en daardoor een beetje gevaarlijk. Je moest razendsnel nadenken als je met hem praatte, of hij argumenteerde je keihard de grond in, en dan begon je het volgende gesprek al met een achterstand. En je had hem nodig, want wie goed overeen kwam met Guillaume, kon rekenen op complimenten en uitnodigingen voor geheime feestjes.
Hij was een vrouwenzot, Guillaume, maar wel een kieskeurige. Als je geen lang, donker haar had en een perfect figuur, kwam je niet in aanmerking. En je moest hem kunnen bijbenen, natuurlijk. In gesprekken dan, niet letterlijk. Want de benen van Guillaume, die werkten niet. Zijn armen ook niet helemaal, dus moest er altijd iemand zijn rolstoel duwen.
Hij sprak nooit over het ongeluk, Guillaume. Maar het had in de krant gestaan, en iedereen wist er wel genoeg van om te weten dat je er niet naar mocht vragen. Op één of andere manier was het namelijk zijn eigen schuld geweest, die val. Levenslang verlamd van zijn navel af naar beneden. Grote boete voor een jeugdzonde. Gelukkig had hij rijke ouders.
Hij had een bieper, Guillaume, voor de nachten, en wij een beurtrol. Dan werd hij wakker van de pijn, en moest je hem omdraaien. De eerste keer toonde hij je hoe het moest en de nachten daarop werd er niet gesproken. Je drong zijn kwetsbare wereld binnen, deed wat gedaan moest worden en ging terug naar je kamer.
En 's morgens was hij weer die slimme, rijke vrouwenzot, Guillaume.
