Het is alleen de tederheid die telt
Odette was die dag heel vroeg opgestaan. Vroeger dan anders. Odette was oud genoeg geworden om geen wekker nodig te hebben 's ochtends. Ze werd altijd wakker tussen kwart voor zes en vijf voor zes. Of het nu winter of zomer was. Of de zon scheen of niet. Voor zes uur was ze altijd al in de keuken. Water in de ketel doen en op het gasvuur zetten.
Ondertussen gaf ze water aan de sanseveria op het venstertablet van haar keukenraam en slofte ze naar de woonkamer waar ook de andere sanseveria een paar druppels water kregen.
Om kwart na zes kookte het water en schonk ze voor haarzelf en kopje in. Afhankelijk van de dag van de maand dronk ze koffie, chicorei of kruidenthee.
Ze zette zich steeds op de kleine keukenstoel rechts van de tafel.
Ze opende de brooddoos en sneed een dikke snede brood af.
Afhankelijk van de dag van de maand smeerde ze er een dun laagje smout of confituur op.
Maar vandaag niet. Vandaag was het 5 november en dan was hij jarig. En een verjaardag moet gevierd worden hadden ze altijd stilzwijgend beslist.
Vandaag zette Odette een pannetje op het gasvuur en kookte een zachtgekookt eitje. Ze was gisteren ook naar de slager geweest en had een sneetje gekookte ham gekocht.
Ze smeerde niet alleen smout op haar boterham, maar deed er ook nog een klein beetje bruine suiker op.
Het was immers feest vandaag.
Normaal bleef Odette aan de keukentafel zitten tot de brievenbus klepperde.
Dat was altijd tussen half zeven en kwart voor zeven. En dat was voor Odette het signaal om aan de rest van haar dag te beginnen. Haar leven was gebouwd op zekerheden en vaste patronen.
Dat was al zo sinds de dag dat ze trouwde. Eigenlijk was dat zelfs al zo geweest toen ze nog bij haar moeder thuis woonde, maar zeker sinds ze met Jozef was getrouwd. Toen de kinderen nog klein waren was het echt nodig geweest. Voor half negen moesten er vijf monden gevoed worden. Maar nu de kinderen al heel lang het huis uit waren en zelf al kinderen hadden deed ze dat nog. Ze voedde nu gelukkig geen vijf monden meer.
Na het klepperen van de brievenbus begon ze na te denken over het middageten. Op sommige dagen was dat uiteraard makkelijker dan op andere dagen. Op sommige dagen had ze enkele aardappels om te schillen of was er een rode kool om te kuisen en op te zetten. Op andere dagen was dat veel eenvoudiger. Dan was ze blij dat ze een bokaaltje witte bonen kon opendoen.
Voor acht uur wilde Odette het huis netjes hebben. Met een stofdoekje gleed ze over alle oude meubeltjes in haar woonkamer. Ze zou het niet over haar hart kunnen krijgen dat hij zag dat er nog een pluisje ergens op de meubels lag. En vanaf acht uur kon er immers ook altijd iemand langskomen.
Maar vandaag niet. Vandaag was het immers 5 november en dan was hij jarig. Ze zouden vandaag een vroege ochtendwandeling maken. De ochtendstond heeft goud in de mond had hij altijd beweerd.
Odette nam haar astrakan mantel van de kapstok. Die had ze gisterenavond al klaargehangen om deze ochtend geen tijd te verliezen. Hij stond immers op uur en hij had al zo vaak ongeduldig op zijn horloge moeten kijken dat ze dit ondertussen al had geleerd had. Hij wachtte niet graag, dus zorgde zij dat hij niet moest wachten.
Om half zeven stond Odette op straat en trok de deur achter haar dicht. Toen ze haar linkerteen op het voetpad wilde zetten werd ze bijna omvergelopen.
"Sorry mevrouw Odette, ik had u zo vroeg helemaal niet buiten verwacht. Ik heb vandaag voor u de krant van meneer Louis bij. Zal ik hem gewoon in de brievenbus steken?"
Ze knikte. Odette was blij dat er jongens als deze rondliepen in deze buurt.
"Dag mevrouw Odette, nog een fijne dag" en weg was hij.
Elke ochtend krijg ze van een van de buren een krant. Het betrof dan wel het nieuws van enkele dagen geleden, maar Odette stond erop dat ze op de hoogte bleef van wat er in de wereld gebeurde. Het was niet omdat haar wereld steeds kleiner werd, dat ze niet meer wilde weten wat er in de andere grote wereld gebeurde.
Op het ogenblik dat de brievenbus kletterde wist ze dat haar wereld weer een stukje groter zou worden.
Om achter uur, als ze overal gepoetst had, ging ze naar de brievenbus en elke ochtend opnieuw was ze benieuwd wat er vandaag weer in te vinden zou zijn.
Soms was het een Laatste nieuws van Louis, soms was het een Story van Yvette. Heel soms vond ze zelfs een 'de Tijd' in haar brievenbus. Maar ze was er nog niet achtergekomen van wie die krant was.
Maar vandaag niet. Vandaag was het 5 november en dan was hij jarig.
Vandaag gingen ze eerst wandelen. Telkens als Odette en Jozef vroeger gingen wandelen dan gaf zij hem een arm en arm arm in arm verkenden ze de buurt. Dat deden ze altijd op zijn verjaardag. Zelfs toen hij nog maar enkele dagen verlof had gehad per jaar, zelfs toen deden ze dat al. Op zijn verjaardag nam hij een dag vrij en dan deed hij altijd samen met Odette dingen. Uiteraard op zijn manier en op zijn tempo. Maar Odette wist dat hij het goed bedoelde.
Vandaag had Odette haar caddie meegenomen. Ze werden al een dagje ouder en ze gebruikte de caddie soms stiekem als stok.
Ze wandelden altijd eerst richting kerkhof. Op 5 november gingen Odette en Jozef altijd naar het Kerkhof om het grafje van Emma te bezoeken.
Emma was immers het tweede kindje geweest dat Odette en Jozef hadden moeten afgeven. Emma was 10 geweest toen ze - spontaan en guitig als ze geweest was - achter een vriendinnetje gelopen had en toen die auto veel te snel door de straat gescheurd kwam en Emma had opgeschept.
Vandaag gingen ze naar het kerkhof om heel even weer terug bij Emma te zijn.
Niet dat er nog een grafje was om naartoe te gaan. De licentie was immers al een tijdje geleden verlopen. Maar Odette voelde nog steeds dat Emma daar gelegen had.
Op de meeste graven lagen bloemen en potten. Aan het kinderperkje had de plantsoendienst heel wat werk gespendeerd. Het was er een heel rustige serene plek geworden waar je kon vertoeven.
Odette ging er vaak gewoon even zitten en dan zakte ze wel eens weg in herinneringen.
Herinneringen aan een guitig blond meisje met pijpenkrulletjes. Een meisje dat nog helemaal geen kans gehad had om het leven te leven.
Maar vandaag niet. Vandaag was het 5 november en dan was hij jarig.
Dus vandaag wandelde Odette wat verder het kerkhof op tot ze bij het graf kwam van Jozef Pauwels. Haar man zaliger. Op 5 november bracht ze een bezoekje aan hem. En daar, in zijn nabijheid, vierde ze zijn verjaardag. Met een boterham met smout en een klein beetje bruine suiker, een zacht gekookt eitje (dat ondertussen uiteraard al helemaal koud geworden was) en een sneetje gekookte ham.
Odette wist dat dit een speciale verjaardag was. Het zou immers de laatste verjaardag zijn die ze echt samen konden vieren. Op het einde van dit jaar verstreek ook de licentie op zijn graf en dan zou ze ook zijn verjaardag vieren op hetzelfde bankje aan het kinderkerkhof.
Niemand van haar kinderen had gereageerd of een oplossing voorgesteld. Odette wist niet meer zeker of ze het wel aan de kinderen verteld had. Wanneer zou ze het ook moeten doen natuurlijk? Niet dat ze nog zo vaak langskwamen.
Elke donderdag ging Odette naar Bob. Net zoals Joris zorgde Bob voor een klein beetje zonneschijn in haar leven. Bob zorgde ervoor dat ze niet alle dagen confituur op haar boterham moest doen.
Hoe Bob het allemaal klaarspeelde wist Odette zelf ook niet helemaal goed, maar ze wist wel dat ze op een donderdag altijd blij was dat ze naar Bob kon.
Elke donderdag om half tien belde ze bij Bob aan en mocht dan in de lange rij aanschuiven.
Elke donderdag maar niet vandaag. Vandaag was het 5 november en dan was hij jarig. En daarom was Odette er niet om half tien, maar slechts om tien uur. Daarom was Odette niet een van de eersten die bij Bob had aangebeld, maar er stonden al zeker 50 mensen voor haar in de rij. Op het moment dat het haar beurt was, was er niets meer geweest om nog uit te delen. Dat jong ding dat ze nog nooit gezien had was dan wel heel lief en vriendelijk geweest, maar als er niets meer was, dan kon ook zij met liefde niets inpakken. Ook Bob had aan haar moeten zeggen dat er vandaag niets meer was.
Odette voelde de tranen in haar ogen pikken. Gelukkig kon ze ze nog wegslikken.
Want voor al die mensen die hij had moeten teleurstellen had Bob echter wel soep gemaakt. Iedereen die dus niets meekreeg kreeg wel een kop warme pompoensoep.
Elke donderdag verheugde Odette zich op de zaken die in haar fluoroze caddie met witte bloemen verdwenen. Elke donderdag zat er wel een blikje makreeltjes of heel soms een blikje tv-worstjes bij. Soms waren het bokaaltjes witte bonen in tomatensaus. Meestal was er een brood bij en een kilo ajuin. Soms een potje confituur of een pot choco. Een pakje speculoos of peperkoek. Soms zelfs een reep chocolade of een pakje cake. En meestal speciaal voor haar voorzag Bob in een pakje smout.
Elke donderdag maar dus niet vandaag. Vandaag was het zijn verjaardag en dus had Odette niets om mee naar huis te nemen.
Aan de tramhalte terug naar huis kon ze nog moeilijk haar tranen bedwingen. Ze besefte dat Jozef er zelfs na al die jaren nog steeds in slaagde om op zijn verjaardag heel nadrukkelijk aanwezig te zijn.
Vijf november was zijn verjaardag en dan diende de ganse dag in het teken van Jozef te staan.
Jozef was best een heel tedere man geweest.
Alle dagen maar niet vandaag. Want vandaag was het vijf november en dan was het zijn verjaardag.

Nog geen reactie(s)
Plaats een commentaar