Hetze
Met een mooie vrouw moet je geduld hebben, meer niet. Eenvoudig toch? Ik denk het niet. Ruim een week heb ik niets meer van haar gehoord. Na enkele dagen online bot vangen, ben ik nu vrijwel zeker dat ze mij heeft geblokkeerd als contactpersoon. Of misschien zelfs verwijderd. Sterk van haar, maar welhaast onmogelijk.
Want ze houdt van drama. Ik ben de tel kwijt van het aantal keren dat ze voor Griekse tragedies heeft gezorgd tussen ons. Het is een opmerkelijk talent. Eén van haar opmerkelijke talenten. Als ik overladen word met emoties buiten proportie, neem ik plaats achter het klavier der letteren en hou ik pas op tot de laatste druppel overtollig gevoel in een leesteken is omgezet. Doorgaans eindig ik met een beletselteken. Ik mag wellicht te veel Céline gelezen hebben, maar dat is niet de echte reden. Wat ik onthoud in 'beletselteken' is het woord 'letsel'. Als ik schrijf is het omdat ik aan een letsel lijd. Literatuur pennen is bij zulks lijden het equivalent van zalf op de wonde. En bovendien, het stinkt niet.
Even mijn Messenger checken: de boodschappen blijven uit. Als ik niet beter zou weten, denk ik dat ze dood is. Maar mijn gevoel troost me met de indruk dat ze simpelweg haar virtuele dood heeft geënsceneerd. Aan het eind van de voorstelling als het doek valt en weer omhoog gehesen wordt, zal ze daar staan: met een bos bloemen onder de arm, wuivend naar het imaginaire publiek, trots op haar acteerprestatie. Nadat ze tot drie maal toe een diepe buiging heeft gemaakt, trekt ze zich terug achter de coulissen van het banale schouwtoneel om in huilen uit te barsten. Ze zal haar beeld in de spiegel wenken met een blik van diep gemis. En dan zal ze haar zwarte overjas dichtknopen tot net onder haar gespierde kin en verdwijnen in de slapende nacht.
Wat zou er schelen? Ik heb geprobeerd die vraag te vermijden de afgelopen momenten van 24 uren. Maar als een fietsketting keert die mechanische gedachte steeds terug. Eén keer zelfs heb ik mij de vraag luidop gesteld, meteen gevolgd door ingehouden gevloek. Dat moet een teken aan de wand zijn: mijn geduld raakt weldra op. En dan zal er niets anders opzitten dan loslaten. Haar lijk van me afleggen en een bloemenkrans met afscheidslint kopen. Ik wil er niet bij zijn als dat kadaver verwijtend begint te rotten als belegen kaviaar op een bedje van vergeten potpourri. Onder de grond en ermee gedaan. All is well that lies beneath the surface of the world…
Haar schoonheid hou ik als souvenir. En er is niets schoner dan wachten op een verlangen. Ik zal mijn dagen verder slijten tegen de rauwe muur van hunkering. Ik zal schaafwonden maken om bijtijds te getuigen van mijn wachten op haar. Ik zal mij bewust weten van een matigend gebruik van uitroeptekens en ze vervangen door komma's en punten. Ik moet geduldig zijn en maar niet te diep analyseren. Gewoon schrijven, schavend schrijven. Over alles wat niet past in een dialoogvenster of in een doodskist. Alles over de hetze, tussen haar en mij…
