Ik weet nog goed...

Ik weet nog goed dat Koning Boudewijn naar Afrika trok, voor lang zene, een maand ofzo. Ze noemden hem daar Bwana Kitoko, dat betekende iets als ‘mooie jonge baas’. Dat was in 1955 en ik moet ongeveer zo’n 20 jaar zijn geweest. Het was de eerste keer in lange tijd dat we nog eens fier op ons land konden zijn, want dat met zijn vader is niet goed geweest. Hebt ge dat op school ook geleerd? Zo’n school! (steekt zijn duim in de lucht).

In ’t stad waren er problemen met het drinkwater, de Nete was geloof ik toen al vervuild geraakt en bood niet genoeg ruw water. Ze zijn dan beginnen aftappen van de Maas en dat is nu nog altijd de hoofdleverancier van ons drinkwater, als ik mij niet vergis. Maar gij drinkt liever Spa hè meisje, is't daarom dat ge zo schoon slank bent misschien?

Vic, mijn toenmalige beste vriend, verhuisde naar Meise om als tuinier te werken in de Kruidtuin. Hij hielp mee om aan de hand van nieuwe collecties de opgelopen schade van de oorlog te herstellen. Vic heeft ook veel job gehad voor de Wereldtentoonstelling in ’58, waarvoor de Kruidtuin helemaal opnieuw aangelegd werd in de oude stijl, die van voor de verhuis en de vernielingen. Maar ik ben aan’t afwijken.

In ‘55 nam ik mijn vriendin Irene al eens mee naar de film, heel romantisch want er waren geen chaperonnes om ons te controleren, dus we konden in het donker kussen terwijl er toch veel volk rondom ons zat. Zeg maar niet tegen Moeke dat ik zoiets gezegd heb hè.

Ik was zot van Grace Kelly en James Dean, maar de film die mij het meeste bijgebleven is, was van eigen bodem: "Meeuwen sterven in de haven". Dat was helemaal anders dan die Hollywoodproducties die we na de oorlog over ons heen kregen. In die magere Belgische filmjaren, was dat eindelijk nog eens een film van ons. Anders dan in de Amerikaanse films, was de verteltoon veel donkerder, het plot fatalistischer, de beelden poëtischer. Je moest er meer bij nadenken. Vic vond die film ook de beste, we zijn hem samen nog eens een tweede keer gaan zien.

Er is zo’n zenuwslopende achtervolging op het einde waarin Julien Schoenaerts achternagezeten door de policiers aan zijn lot probeert te ontkomen, terwijl zijn geliefde op een binnenschip wanhopig en tevergeefs staat te wachten. Ik zat werkelijk op het puntje van mijn stoel hè. Wetende dat het zich allemaal in mijn stad afspeelde, was ik bijna buiten gestapt om hem te gaan helpen. De nerveuze flamencogitaar en Charlie Parker-achtige muziek die voor de juiste ondertoon zorgde, het was beter dan uwe ‘Speed’ zene.

Maar de klap op de vuurpijl dat jaar was toch Stan Ockers met zijn Waalse Pijl en een beetje later het Wereldkampioenschap in Italië. Weet ge, het leven was zo hard geweest voor ons allemaal, het leek of België daarna voorgoed kapot ging zijn, maar dat jaar begon alles terug te leven voor mij. Ik heb toen ook uw grootmoeder leren kennen. Het was direct koekenbak. En Irene... tja, eigenlijk was ze volgens mij opgelucht. Ze is niet veel later met Vic getrouwd, dus dan hing er tussen die twee ook al wel iets in de lucht hè.

Allez, nog een wafelke, om het af te leren? En doet dat fotoboek maar toe, straks vallen er nog kruimels tussen van al ons gewafel.