Ilsha of Ilse?
"Komaan, Ilsha! Geef me je hand!" Ze durfde niet naar beneden kijken, naar de ravijn waar ze elk moment kon invallen. Tarou lag op zijn buik en hing zover hij durfde over de afgrond, zijn hand naar haar uitstrekkend. Ze hield krampachtig vast aan een uitstekende steen die net groot genoeg was om haar vingers om te klemmen. Ze durfde geen hand los te laten om naar Tarou te reiken.
"Ilsha! Gewoon doen!"
Haar vingers deden pijn, ze kon dit niet lang meer volhouden. Met haar voeten stootte ze telkens tegen de rotswand, geen houvast vindend. Met een wanhopige kreet duwde ze haar voet af tegen de rotsen, zich ophijsend naar Tarou's uitgestrekte arm. Hij greep haar pols en zij de zijne. Ze voelde zijn kracht terwijl hij haar omhoog trok. Binnen enkele tellen lagen ze samen op de grond.
Meters naar beneden hoorden ze nog steeds het gegrom en gehuil van de Helswolven. Wolven zo donker als de nacht en zo groot als beren, waar ze maar amper aan ontsnapt waren door omhoog te klimmen langs de ravijnwand. En net op het laatste stukje had Ilsha een fout gemaakt. Ze keek naar Tarou. Haar reisgezel was in alles haar tegenovergestelde. Groot en gespierd, met een donkere huid en kort donker haar. Zij was tenger en bleek, met witblond haar dat in lange steile lokken tot op haar rug reikte. Als ze het los droeg tenminste, want onderweg was het altijd opgespeld. Tarou ademde diep in en uit, en ze zag zijn vingers en tenen spannen en ontspannen. Hij mediteerde, wist ze, om terug met een kalme gemoedstoestand verder te kunnen reizen.
Ilsha wachtte tot Tarou's ogen zich openden. "Nogmaals bedankt," zei ze oprecht. Het was niet de eerste keer dat hij haar had gered. Maar het was dan ook zijn opdracht om haar te vergezellen en haar te beschermen en uiteindelijk veilig terug te brengen naar Aminto. "Graag gedaan," antwoordde hij, "maar maak er liever geen gewoonte van om in dit soort situaties terecht te komen." Hij lachte terwijl hij het zei. Ilsha dacht dat hij het stiekem leuk vond om haar te redden van gevaarlijke beesten en diepe afgronden. Ze ging rechtop zitten en vroeg om een slok water en wat eten. Tarou rommelde in zijn grote rugzak voor de waterbuidel en het notenbrood. "Er is niet meer veel over," merkte hij op. "Misschien vinden we hier wel een gehucht in de buurt," opperde Ilsha.
Ze keek uit over de hoogvlakte. Gras en rotsen spreiden zich voor hen uit. In beide richtingen liep de ravijn nog kilometers verder. In de verte zag ze een bos. Ze oriënteerde zich even naar de zon, die nu nog vrij hoog stond, maar langzaam maar zeker wegzakte naar de overkant van het ravijn. Het westen lag dus achter haar. Dan lag het bos in het noordoosten. In het zuidoosten spreidde de vlakte zich verder uit.
"Richting het bos?" vroeg ze.
Tarou knikte. "Een beetje uit de richting, maar we zullen meer kans hebben om langs de rand van het bos een dorp te ontdekken." Tarou at ook enkele happen notenbrood en ruimde daarna alles netjes terug op. Hij hees de zware rugzak terug op zijn rug. Hij was naast reisgezel en beschermengel ook muilezel van dienst, waarmee Ilsha hem wel eens plaagde. Ze waren al anderhalve week onderweg en waren er tot nu toe altijd in geslaagd om op tijd terug proviand te kunnen inslaan. Ze hoopte dat het nu ook weer zou lukken. En ze zou zich veel veiliger voelen als ze tegen het vallen van de avond ook een slaapplaats zouden vinden. De herinnering aan de Helswolven jaagde haar op en ze zou niet rustig kunnen slapen onder de open hemel.
Ze waren enkele dagen geleden te paard vertrokken uit een klein dorpje en hadden een pad door de ravijn uit gevolgd om noordwaarts te gaan. Vanochtend waren plots hun paarden op hol geslagen, terug galopperend in de richting van het dorpje. Ze waren net gestopt om even hun benen te strekken en stonden plotseling oog in oog met een meute Helswolven. Ze had haastig een Magisch Schild rondom hen opgeroepen, net lang genoeg om Tarou de kans te geven zijn zwaard te trekken en haar tijd te geven om enkele meters omhoog te klimmen. Hij was al vechtend gevolgd, de Helswolven op afstand houdend.
Maar ze had op voorhand geweten dat dit geen plezierreisje zou zijn. Aminto, de hoofdstad in het zuiden van het land, werd belegerd. Zij was in de leer bij Bershou, raadgever van de koning en getalenteerde Magiër. Bershou had meerdere leerlingen, maar zij was al het langste bij hem. Hij had haar in het midden van de nacht wakker gemaakt, toen de belegering nog niet eens begonnen was. Maar Bershou wist veel van de toekomst, zowel omdat hij enkele technieken kende om de toekomst te zien, maar ook omdat hij gewoon wijs was.
"Ilsha," had hij gefluisterd, terwijl hij zachtjes met haar schouder schudde. Ze was op slag wakker geschoten -- ze sliep nooit vast -- en had Bershou over haar gebogen zien staan. Hij had gebaard dat ze zich moest aankleden en hem moest vergezellen. Ze had hem gevolgd door de donkere gangen van het kasteel, dieper en dieper, tot ze in een oude kerker stonden. Daar ontstak hij een roodbruine vlam op zijn vinger, Magisch Vuur.
"Ilsha, de Zotanen komen," had Bershou gefluisterd, zijn blik gericht op een punt boven haar. Ze was geschrokken. De spanningen met het buurland waren gekend, maar ze had geen actie verwacht. "Ze zijn nog twee dagmarsen van de grens verwijderd. Nooit genoeg tijd om onze troepen daar bijeen te verzamelen." Het was vreselijk slecht nieuws. Aminto lag dicht bij de zuidgrens en als de Zotanen gewoon de grens konden oversteken, dan zouden ze binnen de kortste keren de stad omsingelen.
"Ik verwittig vannacht nog de koning en de raad, maar we zullen meer nodig hebben dan enkele dagen waarschuwing en de troepen die we zo kunnen verzamelen. We hebben de Edelsteen van Raminda nodig." Ilsha had naar lucht gehapt. De Edelsteen van Raminda was, volgens de mythe, een gigantische diamant waarin Magiërs hun energie konden opslaan. Met opgeslagen energie kon je veel betere en grotere spreuken doen dan met de energie van één moment. Ilsha had al gewerkt met halfedelstenen en kristallen en het duurde al enkele dagen voor zo'n steen volledig met energie was gevuld. Ze kon zich niet voorstellen hoeveel energie de Edelsteen van Raminda zou kunnen bevatten. En dan besefte ze opeens dat Bershou verwachtte dat zij de steen zou bemachtigen en terugbrengen.
"Maar het is een mythe!" had ze geroepen. Bershou had haar meteen gesust. "Stil! Het is geen mythe," ging hij verder, "er zijn maar enkele mensen die dat weten, en met goede redenen, als je er even over nadenkt! Je moet naar het noorden reizen, ongeveer twee weken, naar de bergstreek. Aan de voet van de hoogste top woont Marsita, Magiër en kruidenvrouw. Zij zal je de weg wijzen naar de Edelsteen van Raminda als je haar dit amulet geeft." Het amulet was van goud en zo groot als de palm van haar hand. Het was vierkant, met daarin een met vreemde tekens gegraveerde cirkel en in het midden een speciaal soort kristallen cirkel, waarin ze wervelende kleurflitsen zag.
"Als je de Edelsteen hebt, Ilsha, moet jij er zoveel mogelijk energie aan geven terwijl je terugreist. Denk er dus aan dat je tijdens je reis zo weinig mogelijk Magie gebruikt, want hoe meer energie je in de Edelsteen kan stoppen voor je terug in Aminto bent, hoe beter we de stad kunnen beschermen." Daar had ze even bij moeten slikken. Elke dag Magie gebruiken was de normaalste zaak van de wereld als je in de leer was bij Bershou. Zo oefenden ze immers hun magisch uithoudingsvermogen en leerden ze hun kennis op praktische manieren gebruiken. Geen Magie mogen gebruiken, was voor haar even erg als dat het voor een sprinter zou zijn om niet te mogen lopen.
"Je vertrekt vannacht nog. Vanuit deze kamer vertrekt een geheime gang tot ver buiten de stadsmuren. Aan de uitgang zal een vriend je opwachten. Hij heet Tarou, is groot en donker van kleur en hij zal je vergezellen en beschermen op je reis. Je kan hem volledig vertrouwen. De stad zal voorbereid zijn op een beleg van enkele maanden; de Zotanen gaan proberen de hoofdstad in te nemen om zo de rest van het land moeiteloos te kunnen overnemen. Toch kan je geen moment aarzelen. Reis als de bliksem, Ilsha, en mag de wind je naar het Noorden dragen."
Bershou had het amulet in een buideltasje gestoken, dat hij rond haar hals vastmaakte. Ze had het onder haar kleren gestopt en was zonder echt afscheid te nemen de tunnel ingelopen. Toen ze achterom keek, zag ze nog net Bershou's bezorgde gezicht voor de valse muur terug op zijn plaats schoof. Met enkele vlammen Magisch Vuur in haar hand was ze verder blijven lopen.
In de late namiddag hadden ze de bomen bereikt en liepen ze verder richting het noorden, maar ze hadden nog geen tekenen van menselijk leven ontdekt. In de verte begonnen de bergen zich te onderscheiden van de horizon. Ilsha wou dat ze Magie kon gebruiken om een dorpje of gehucht te ontdekken, maar Bershou had haar op het hart gedrukt dat ze dat alleen in noodgevallen mocht doen. Ze legde haar hand onder haar keel, waar ze het buideltasje met het amulet voelde. Haar zicht verscherpen om de horizon af te speuren, of met een spreuk in het spiegelende oppervlak van een waterplas de omgeving bekijken, alleen maar om 's nachts comfortabel te zijn, was niet levensnoodzakelijk. Tarou had haar al verzekerd dat hij ervoor zou zorgen dat ze veilig ergens in een boom kon slapen vannacht, al moest hij haar naar boven dragen. Maar ze kon zelf goed genoeg klimmen, ze was licht en lenig. Ze hoopte alleen dat er dan geen vliegende roofdieren in de buurt waren.
Ze bleef toch uitkijken voor enig teken van leven in de verte, ze zou toch nog altijd een bed verkiezen boven een boom. Ze had geen idee hoe Tarou het deed, maar hij kon overal slapen. Hij was een lichte slaper, zoals het iemand betaamt die alert moet zijn, maar of hij nu op een steen ging zitten, in een boom klom of in een bed lag, Tarou sliep binnen de minuut. Ilsha was het kasteel gewend. Donker, koud en vochtig in de gangen, maar warm en gezellig in de kamers, met tapijten tegen de muren en op de vloer en brandende haardvuren en meerdere dekens op elk bed. Ilsha onderdrukte een zucht. Het had geen zin om met heimwee terug te denken aan het kasteel, Bershou en de andere leerlingen. Ze had een belangrijke opdracht, en hoe sneller ze die tot een goed einde bracht, hoe sneller ze terug in Aminto zou komen.
"Daar!" Tarou wees naar de rand van het bos, ongeveer een halve mijl verder. Ze zag een glimps van een jongen die snel zigzag tussen de bomen liep. Ze begonnen in zijn richting te lopen.
------------------------------
Ilse werd met een schok wakker. Weeral zo'n droom. De laatste weken droomde ze vaker over die andere wereld. De wereld waarin ze Magie kon uitoefenen en op zoek was naar een belangrijk artefact om haar land van de oorlog te redden. Buiten het feit dat het allemaal niet waar was, niet waar kon zijn, was het zo realistisch. Ze keek op de alarmklok. Tien voor zes 's ochtends. Ze sliep altijd in één ruk door met zo'n droom, maar ze hielden haar steeds vaker ook overdag bezig.
Ze was begonnen met die dromen op te schrijven. Het waren geen nachtmerries die ze van zich af moest schrijven, alhoewel er best wel enge momenten waren soms. En het beste wat ze met het schrijven kon bereiken was een goed verhaal, want de dromen waren nog niet opgehouden. Ilse zuchtte. Ze hield zichzelf voor de gek als ze zo voortdeed. De dromen waren begonnen op de dag dat ze die aankoop had gedaan in de antiekwinkel. Ze vond het een mooi juweel, al was het duidelijk oud. Ze had het thuis opgepoetst, had het meteen ook die avond gedragen toen ze bij de buren werden uitgenodigd. De buren hadden een reizende jongen met een gitaar onderdak gegeven, en hij had prachtig voor hen gespeeld. Diezelfde avond had ze voor het eerst een droom gehad.
Ze voelde aan haar hals. Daar hing het weer. Het was een gouden vierkant, zo groot als haar handpalm. Erin stond een cirkel gegraveerd, bestaande uit onleesbare tekens. Een kristallen schijf was er centraal ingeplaatst. Ze wreef er met haar duim over, maar het kristal was helder als glas. Elke ochtend na zo'n droom, hing het amulet uit haar dromen terug om haar hals.
