Lang gespaard
Ik heb een zwarte doos vol met geld.
De munten zijn magisch.
Ook al zie jij het verschil wellicht niet.
Ik draag haar met me mee,
door barsten en scheuren,
je weet immers nooit wanneer ze me geluk kan brengen.
Haar waarde is onvatbaar
voor jou.
Voor mij is ze onbeschrijfelijk.
Achter elke munt zit een verhaal.
Deze kreeg ik van een meisje achter een oude toog in een bar vol muffe mensen.
Die daar van een man op leeftijd in een duur maatpak aan een bureau.
Het stelt niet zoveel voor, dat weet ik.
Daarom heb jij zo geen doos.
Je geeft de munten liever weg.
Ik koester ze.
Want eens iets weg is, krijg je nooit meer hetzelfde terug.
