Categorie: Kat bijt vrouw
Ilsha of Ilse?

"Komaan, Ilsha! Geef me je hand!" Ze durfde niet naar beneden kijken, naar de ravijn waar ze elk moment kon invallen. Tarou lag op zijn buik en hing zover hij durfde over de afgrond, zijn hand naar haar uitstrekkend. Ze hield krampachtig vast aan een uitstekende steen die net groot genoeg was om haar vingers om te klemmen. Ze durfde geen hand los te laten om naar Tarou te reiken.
"Ilsha! Gewoon doen!"
The bear that wasn't

Er was eens een jongen. Een jongen met een droom.
Een droom om iets te doen. Een droom om iets mee te maken. Iets anders dan anders. Iets anders dan anderen.
Hij droomde andere dromen dan de vrienden die hij kende.
Hij droomde van grote dingen. En hij droomde van kleine dingen.
Hij droomde zowat elke dag over dingen.
Zijn dromen werden 'maf' genoemd.
Maar hij vond zijn dromen helemaal niet zo maf.
Mélanie

Mélanie wasemde op het wijnglas in haar handen en veegde de laatste sporen van een waterdruppel weg met haar handdoek, voor ze het glas op het rek zet. Zuchtend nam ze het volgende, hield het tegen het licht, en herhaalde dan mechanisch de handeling die ze bij het vorige, en het dozijn daarvoor, ook al had uitgevoerd. “Zo’n afwasmachine spaart misschien wel tijd, en is vooral een zegen voor je handen, maar je blijft toch werk hebben met de glazen,” dacht ze. “En daar kunnen alle reclames voor ‘vaatwasproducten’ geen barst aan veranderen, wat ze je ook proberen wijs te maken. Kristalhelder, het zal wel!”
La vie cachée de vous-même

We hebben vier personages. Twee mannen en twee vrouwen, dat komt goed uit. We hebben een dochter met haar nieuwe lief en een vader met zijn maîtresse. Als uitgangspunt zit ook dat goed. We hebben de spanning van de dochter tegenover de vader en de maîtresse. Daarnaast situeert zich het spanningsveld van de nieuwe relatie. We bevinden ons in een Parijs' café. Parijs, de stad van de liefde, ook dat is niet geheel toevallig. Ons hoofdpersonage is Stefanie, de dochter en ook het kruispunt van de emotie. Even kijken hoe die op deze situatie reageert.
Sprookje

Er was eens een prins. Hij woonde in een koninkrijk hier ver vandaan. Hij was een knappe prins en een goede zoon en geliefd bij de onderdanen, maar hij had een probleem. Hij vond geen goede prinses. Hoe zijn vader en zijn moeder ook probeerden, de prins was nog nooit verliefd geworden. Een prinses moet lief zijn, en goed, en rechtvaardig, zei de koningin altijd. Ze mag ook best slim zijn of mooi zijn of goed kunnen koken, zei de koning dan. De prins ging akkoord, want hij wist al dat het niet gemakkelijk was om een goede prinses te vinden. Maar bovenal was hij nog nooit verliefd geworden en dat was toch wel het belangrijkste, zei de prins dan tegen zijn vader en zijn moeder. De koning en de koningin keken elkaar dan altijd even aan. Dan glimlachten ze altijd allebei en gingen ze steeds akkoord met de prins.
Als je eens wist...

Ik weet ondertussen hoe je ruikt en hoe je smaakt. Zelfs als je pas gesport hebt ruik ik je graag. Uiteraard liever als je nadien gedoucht hebt, maar ook als je nat bent van het zweet.
Ik weet hoe je slaapt. In welke houding je ’s nachts ligt nadat je al een paar uurtjes in slaap gesukkelt bent. En ik weet welk geluid je maakt als ik bij je in bed kruip en mijn armen om je heen sla. Als ik nog even je blote rug streel onder je pyjama dan kreun je eventjes. Ook al weet ik dat je heel diep slaapt en dat je er de volgende dag niets meer van weet.
Requiem voor een nieuwe relatie

Het was tien voor elf. Annelies zat met een glas rode wijn op de bank. Denkend, starend. De televisie spuwde voer voor gewillige kijkers maar haar hoofd stond niet naar televisie. Die moest vanavond de ruimte proberen vullen. Roberta was twee dagen geleden opnieuw naar Amerika vertrokken en sedertdien was haar appartement een lege, holle ruimte geworden. Televisie, hoe huiselijk de scènes, hoe luid ook konden de ruimte niet meer vullen. Ze vond het nooit erg om alleen te zijn. Maar nu leek de plek ineens een stuk leger.
Murphy

Ongeduldig keek Annelies op haar horloge. De tijd kroop voorbij. Toch gek, hoe op sommige momenten de tijd gewoon voorbij vliegt en je niks liever zou willen dan dat hij blijft stilstaan, en hoe je op andere momenten hem een schop zou willen geven om het te doen vooruitgaan.
Vijftien minuten eer de bom ontploft

*klik* "Er ligt een bom in het centraal station. Centraal in het centraal station ligt er een bom. Nog een kwartiertje en dan is het om. Boem!" *klik*
Lemonade

Het was allemaal begonnen met iets triviaals: haar microgolfoven had het na een luid 'ssst' opgegeven met een 'kaboem'. Er zat blijkbaar toch nog iets van metaal in de verpakking.
Toen ze haar prakkie van die avond dan maar opwarmde in het pannetje op het vuur brak de steel af en daarna verbrandde ze haar duim.
Casablanca

De rest van de week ging tergend langzaam voorbij. Frédéric had elke avond gebeld, en hoewel het soms een kort gesprek was, had ze er telkens gigantisch naar uitgekeken, en meer nog, er telkens een gevoel aan over gehouden alsof ze op wolkjes zweefde.
Chaostheorie

Stefanie was uit Parijs teruggekeerd met een glimlach op haar gezicht. Ze was tot grote verbazing van haar chauffeur vooraan plaats komen nemen en had onderweg honderduit gepraat over haar afspraakje van de avond ervoor. Ze had voor een keer enthousiasme getoond over de keuze van haar ouders.
Guerilla-rebel

Ze liet haar hoofd tegen de hoofdsteun van de limousine vallen, haar ogen gesloten. Vastbesloten was ze, om kinderachtige en rebelse toestanden achterwege te laten. Ze had dan ook niet meer geklaagd bij de zoveelste afspraak die haar ouders voor haar maakten, maar gewoon toegestemd. Pas 24 geworden, maar haar ouders hadden nog zoveel te zeggen in haar leven.
May de force be with you

Karen had een beslissing genomen op dat zelfde moment. Niet aarzelen maar er gewoon voor gaan. En er zeker niet te veel over nadenken. Als ze er teveel over zou nadenken zou ze misschien wel het grote geluk mislopen.
Hoe 'een koffie gaan drinken' toch zo uit de hand had kunnen lopen.
Tinkelbel

Voor hem hoefde het eigenlijk niet meer, dacht Edward. Hij zat hier nu al drie dagen aan een stuk op de Boekenbeurs, en het was hem kotsbeu. De uitgeverij had gedacht dat het een goeie reclame zou zijn voor zijn boek, mocht hij signeren. Zo zouden wellicht meer mensen geneigd zijn het boek te kopen. Niet dus. In principe had het wel een goed idee geleken, ja. Mensen wandelen rond, bekijken de boeken, en als de auteur daar dan toch zit, dan kunnen ze meteen het boek laten signeren wanneer ze het kopen. Alleen had die “wanneer” een “als” moeten zijn, dacht Edward wrang, met de cynische opmerkingsgave van een literaire has-been.
Het gat van Pandora

Benno Snijers zit op een bankje aan de rand van het water. Hij schuift zijn laptop uit zijn hoes, neemt hem op schoot en kijkt naar de overkant. Sinds zijn vrouw is overleden, heeft hij geen woord meer op papier gezet. Maar hij is er vast van overtuigd dat hij vandaag opnieuw een verhaal zal neerpennen. Een kortverhaal of een stuk poëzie. Iets wat tastbaar is. Iets wat hij naar zijn uitgever op zal kunnen sturen ook. Zijn vaste uitgever doet de laatste tijd vervelend. Als hij niet snel wat zou kunnen voorleggen, dan zou zijn contract herbekeken worden. Dat ‘herbekeken’ had de uitgever vergezeld laten gaan van het bekende aanhalingstekengebaar, daarmee volstrekt duidelijk makend dat het schrijven of de deur zou worden.
Moordmotieven en denkpatronen

Ik gooi een keitje van de dijk af. De zeemeeuwen die zich daar onderaan verzameld hebben, vliegen verschrikt op en haasten zich naar rustigere oorden.
"Wat zien we niet, Huysmans?" Ik hoor de frustratie in mijn eigen stem. "Ik weet gewoon zeker dat we een aanwijzing missen. De sleutel tot de hele zaak. Het ontbrekende puzzelstukje, zeg maar..."
Zomaar gelukkig zijn

Julia stond die middag voor de railing langs de dijk.
Een klotsende kolkende zee voor haar en achter haar de fietsenwinkel.
Ze stond daar omdat dit hun plek was.
Ze zou niet achterom kijken - dat hadden ze immers ooit afgesproken.
Kristalnacht

Bjorn moest nog steeds grinniken als hij er nog maar aan dacht. Jonge gasten waren toch soms een bende idioten!
Hij had die avond dienst gehad in de Overpoort, Gents meest beruchte uitgaansbuurt, toch als het om studenten ging. De meeste donderdagen was het er behoorlijk druk, maar op bepaalde avonden, zoals de laatste donderdag voor de kerstvakantie, was het er zonder meer over de koppen lopen.
Club Intermezzo

Het beloofde weer één van die avonden te worden. Na the usual suspects was een groep tieners en een groep meiden bij de club komen aanzetten. Eén van hen voorzien van oren en een staartje zoals een playboy bunny. Dirk De Vos, buitenwipper van Club Intermezzo, wist hoe laat het was.
Vanavond zouden in de Intermezzo cocktails worden gedronken en de combinatie met het goedje dat daarbinnen rondging, zou er vóór drie uur voor zorgen dat Dirk zijn GSM ter hand zou moeten nemen en 112 zou indrukken. Ook dat was een terugkerend fenomeen.
