(Nood)lot

"Pok poook, pok pok pooook!" Het hoog vervormde stemmetje van Beekmans klonk in haar oren, boven de muziek van de attracties en het sfeerlawaai van de mensen op de kermis, en boven de stemmen van de rest van de groep. Jonathan Beekmans stond met zijn ellebogen te wapperen en te wiebelen van links naar rechts. Ze staarde gewoon boos naar hem terug. "Hou jij je klep maar toe, Beekmans," zei ze vinnig, "schrik heeft er niets mee te maken." Hij ging terug normaal staan en trok zijn wenkbrauwen op. "Ik geloof gewoon niet in dat gedoe," ging ze verder, "dus ik snap niet waarom jullie mij zo nodig naar die waarzegster willen sturen."

En daar draaide het dus om. Het was vrijdagavond en ze hadden met z'n allen afgesproken na de les. Eerst iets exotisch eten bij Farine's Food, dan naar de kermis. Kathleen was al vergeten wie er eerst naar de kleine houten wagon gewezen had, maar op een of andere manier was iedereen - behalve zij - het er over eens geweest dat zij naar binnen moest om haar toekomst te laten voorspellen. Ze zuchtte bij zichzelf. Nu koppig blijven doen zou de avond al verpesten voor hij goed en wel begonnen was.

De wagon stond achterwaarts op het plein, waardoor ze via vier houten treden en een deur naar binnen kon. 'Madame Orlavski's Glazen Bol' stond in een boog boven de deur. De raampjes in de deur en aan de zijkanten waren allemaal bedekt met rode gordijnen en wierpen een rozig licht naar buiten. Aan de voorkant van de wagon stond een grijze Ford, het enige teken dat ze zich niet in de Middeleeuwen bevonden.

Kathleen draaide zich om. "Als jullie zo aandringen, dan mogen jullie ook allemaal bijleggen!" Ze wees naar het bordje naast de deur:

Consultatie
Handlezen - 5 euro
Kaartleggen - 5 euro
Toekomst Voorspellen - 5 euro

Inez, Kathleen's beste vriendin, grijnsde. "Dat houdt ons niet tegen, hoor! Allemaal één euro bijleggen, en Beekmans twee!" Gelach steeg op uit hun groepje, terwijl ze hun geldstukken in Inez' open hand stopten. Het geld rinkelde toen Inez het aan haar gaf en ze stapte meteen kordaat richting de oude wagon. "Elk woord onthouden, hoor!" riep Inez haar na. Ze stak onvolwassen haar tong uit naar de anderen en duwde de deur van de wagon open. Er rinkelden belletjes bij het binnengaan.

Het licht in de wagon was vaal en slecht verdeeld. Groepjes kaarsen stonden op kleurrijk versierde schoteltjes en waren heldere punten van flikkerend licht die er toch niet in slaagden om de schaduwen rondom hen te verdringen. De gesloten gordijnen hulden de ruimte in een soort schemering, waarbij het lawaai en het licht van de kermis buiten leek te vervagen. Lange houten kisten stonden tegen de lange wanden, bedekt met platte zitkussens en dekentjes. Een groot gordijn verborg een stuk van de ruimte vooraan. In het midden stond een ronde tafel met enkele krukjes aan één kant en een schommelstoel aan de andere.

"Je gelooft er niet in." Kathleen draaide zich snel terug om, een hand tegen haar hart. Ze was het plafond aan het bestuderen geweest, waar tussen de opgespannen doeken fascinerende schatten hingen. Een boeketje gedroogde bloemen, bedeltjes van heiligen, kralenkettingen, een reeks aan elkaar geregen speelkaarten... De warme stem had haar verrast. De vrouw die nu voor haar stond verraste haar nog meer. Ja, ze was excentriek, met kleurrijke losse kleren en parels in haar lange gitzwarte haar, maar ze had ook een warme uitstraling en een ontspannen voorkomen. Ze had niets van het spookachtige en gejaagde dat de clichés voorschreven.

"Een weddenschap dan, misschien," ging ze vragend verder. "Zoiets, ja," mompelde Kathleen. Ze was opeens haar zelfzekerheid kwijt, alsof het surreële van de wagon ook tot haar doordrong, alhoewel ze alleen maar kritisch stond tegenover onverklaarbare verschijnselen en zogenaamde geesteskrachten. Alsof de waarzegster precies wist wat nodig was om haar gerust te stellen, stak ze haar hand uit, zakelijk maar toch vriendelijk. "Martina Orlavski, medium en kermisattractie," zei ze met een lachje. "Kathleen Verviers, studente en tijdelijk Chinese vrijwilliger." Terwijl ze het zei, vroeg Kathleen zich af of ze al niet teveel informatie had weggegeven, waaruit het zelfverklaarde medium dingen zou kunnen afleiden. "Ga zitten," zei Madame Orlavski, terwijl ze naar één van de krukjes wees. "Waarvoor kom je dan," ging ze verder, "ik kan kaartleggen, handlezen en mijn glazen bol raadplegen." Ze liep met zwierende rokken naar de schommelstoel en keek Kathleen doordringend aan terwijl ze zitten ging. "Of moet ik misschien vragen wat je wilt weten? Of jullie liefde blijft duren, hoeveel kinderen je zal krijgen, hoe je toekomst eruit zal zien?" Kathleen dacht al meteen furieus na. Hoe kon ze het geweten hebben van Bart? Ze zou wel gewoon buiten gekeken hebben, door één van de gordijntjes piepend gelijk de nieuwsgierige buurvrouw bij haar op straat. Bart stond immers met Inez, Jonathan en Sofie buiten op haar te wachten. Van hem had ze ook geen hulp gekregen. Hij leek net zo geïnteresseerd in haar toekomst als de rest in hun avontuur om haar te doen geloven in prietpraat.

Ze trok haar schouders op. "Gewoon mijn toekomst," zei ze kortaf. Ze hoopte dat er niet te veel gedoe bij zou komen kijken. Dat maakte het des te opvallender dat alles gewoon uit de lucht gegrepen werd. "Goed, goed," zei Madame Orlavski. Ze wees kort even naar het bakje dat vooraan op de tafel stond en Kathleen liet de munten van haar vrienden tussen het andere geld vallen. Dan leunde de waarzegster met haar stoel naar voren, zodat ze voor de glazen bol kwam te zitten. De opvallende verschillen met waarzegsters in films vielen Kathleen op. Haar rug was recht en haar handen lagen gewoon op tafel. "Geef me een minuutje," zei ze dan, terwijl ze haar ogen sloot en zacht begon te neuriën, een melodie waar Kathleen kippenvel van kreeg. Door het wachten werd ze nerveus, naar alles kijkend behalve de neuriënde vrouw tegenover haar, die in het flikkerende kaarslicht groter leek te worden. De glazen bol werd wazig, maar dat moest door de wierook komen die ervoor op tafel stond, dacht Kathleen verwoed, en door het slechte licht in de wagon. Plots stopte het neuriën abrupt en toen Kathleen opkeek, bleek dat de ogen van Madame Orlavski wijd open waren, terwijl haar handen zich zo hard tegen de tafel duwden dat ze trilden. Ze staarde naar de glazen bol en haar ogen leken er meer in te zien dan alleen de mist die errond hing, want ze bewogen mee met gebeurtenissen die Kathleen niet kon zien, en het leek of er meer in gereflecteerd werd dan enkel kaarslicht.

Zo snel als dit gebeurde, stopte het ook weer en zakte de waarzegster achteruit in haar schommelstoel, zwaar ademend, haar armen terugvallend op de leuningen. Na enkele seconden kwam ze recht en begaf ze zich achter het grote gordijn dat de ruimte in twee scheidde. Kathleen hoorde haar rommelen en dan het geluid van vloeistof die in een kop gegoten werd. Madame Orlavski bewoog het gordijn opzij om zich met een kop sterk geurende thee terug in de schommelstoel te zetten. Ze zuchtte diep, nam een slokje en keek haar dan recht in de ogen. Kathleen had ondertussen geen flauw benul meer wat ze moest verwachten. Dit ging helemaal niet zoals ze zich het had voorgesteld. Geen zwaaiende armen die een glazen bol streelden alsof het een puppy was. Geen etherisch klinkende stemmen die haar doem en ongeluk voorspelden. Of net oneindig veel liefde, geld en geluk, wat nog ongeloofwaardiger zou zijn.

"Kathleen," begon Madame Orlovski, "mag ik je Kathleen noemen?" Haar stem was opeens scheller, en Kathleen gaf een kort knikje. "Kathleen, ik heb nog nooit zo'n korte toekomst gezien. Ik zal eerlijk met je zijn, meestal kan ik enkele minuten in de glazen bol kijken en zie ik verschillende beelden die soms wel en soms niet significant zullen zijn in het leven van de persoon tegenover mij. Daar kan ik mee werken..." Ze hield even op om nog een slokje thee te drinken. "Bij jou echter... Ik kan alleen maar vertellen wat ik gezien heb en je waarschuwen je ervoor te behoeden." Kathleen dacht even aan haar vrienden buiten, die zich nu waarschijnlijk aan het amuseren waren met verzinnen wat er zich hier afspeelde, terwijl ze wenste dat hun verzinsels meer waarheid waren dan de realiteit. Madame Orlavski klonk zo oprecht, dat ze nog maar moeilijk zichzelf kon blijven vertellen dat waarzeggerij prietpraat was.

De waarzegster leunde meer naar voor. Kathleen wachtte gespannen op haar volgende woorden. Net voor de stilte te lang zou duren, werd haar nieuwsgierigheid gesust. "Je hebt een goede, standvastige relatie, Kathleen, maar behoed je voor snelle argumenten over onbelangrijke details. Wees niet licht ontvlambaar met elkaar." Bijna viel Kathleen's mond open van verbazing, maar dan ging Madame Orlavski nog verder: "En pas op voor witte auto's."

Kathleen klemde haar tanden op elkaar en trok de deur achter zich dicht. Ze kon niet geloven dat ze er bijna was ingetrapt. Oppassen voor witte auto's, dat sloeg toch nergens op. Ze schudde het rare gevoel dat er iets niet klopte van zich af en stapte op haar vrienden af, die iets verderop op haar wachtten.

Na enkele weken vervaagde het voorval tussen de herinneringen aan een avond vol spannende attracties en luide muziek, die op hun beurt verdrongen werden door de naderende examens en een overvloed aan informatie die opeens met aandrang onthouden moest worden. Zeker omdat ze nog niet zo erg ermee bezig was geweest, begon de druk om te slagen te stijgen en werd Kathleen kortaf en prikkelbaar door de spanning. Na haar laatste college, op een zonnige middag, stapte ze dan ook opgelucht buiten om nog even te genieten van de zon voor de studieweek begon. Haar vrienden hadden zich al verzameld op het grasveld voor het gebouw, waar meerdere groepjes studenten stonden te praten of zich hadden neergevleid in de zon voor een picknick.

"Ik ben zo blij dat dit de laatste les was," verzuchtte ze meteen tegen de groep, "er zit gewoon al teveel informatie in mijn hoofd gepropt, en waarschijnlijk weet ik nu nog amper de helft van wat ik zou moeten weten!" Bart snoof, en Kathleen was al op haar tenen getrapt voor hij zijn mond nog maar opendeed. "Het zou geholpen hebben als je niet alles nu erin moest proppen." Dit was altijd een teer punt bij haar, want Bart leek niet van zichzelf te weten dat hij net zo weinig tijd besteedde aan studeren als haar. De hypocrisie ervan joeg haar altijd op stang, en nu ze al zo gespannen was voor de komende examenreeks, kon ze er nog minder tegen dan anders. Na haar terugval volgde nog één van hem, en voor ze het wist, waren ze luid in discussie over elkaars minpunten. De anderen hielden zich afzijdig en voerden een rustig gesprek, behalve Beekmans natuurlijk, die ongegeneerd stond te luisteren naar de verwijten die ze elkaar naar het hoofd slingerden.

"...heb je altijd een opmerking over mij klaar, maar zelf..."
"...moet ook altijd gelijk hebben, alsof er geen twijfel mogelijk is!"

Kathleen had een uitlaatklep gevonden voor de stress die zich in korte tijd had opgebouwd en vuurde bliksemsnel salvo's af op de persoon die ze het liefst van alles zag. Ze wist dat Bart zich ook gewoon even goed liet gaan en probeerde even rust te vinden om het argument te stoppen, maar elk woord van hem deed haar terug opvlammen. Zo geabsorbeerd was ze in hun discussie dat ze niet doorhad wat er gebeurde tot het te laat was.

Beekmans riep haar naam nog een keer en dan drong het tot haar door dat er iets mis was. "Kathleen!" Zijn kreet was paniekerig en op hetzelfde moment dat hij tussen hen insprong en Bart uit de weg duwde, zag ze Bart's ogen wijd opengaan. Jonathan trok aan haar mouw, niet hard genoeg om haar mee de grond op te sleuren, maar wel hard genoeg om haar een halve slag te doen draaien en wankelen. Ze zag nog net het grimmige gezicht van de autobestuurder. De autobestuurder die recht op haar afkwam in een witte auto. Dan werd alles zwart.