Op tijd

Tijd heelt alle wonden, zeggen ze.

Dertien maanden een koppeltje en stapelverliefd. Ze trouwt vandaag met de man van haar dromen. Als ik een man geweest was, had ze wellicht die stap met mij gezet. Die boodschap hebben vrouwen me wel vaker gegeven. Zijn het mijn borsten die in de weg zitten of gaat het over het gebrek aan een penis? Krijgen ze de zin die verraadt dat je anders bent niet over hun lippen?

Mijn outfit oogt volwassen. Ik doe make-up op en zie in de spiegel alleen maar de vrouw die zich vanbinnen anders voelt. “Beter zo dan op haar huwelijk te verschijnen en de twijfel in haar ogen te zien,” denk ik bij mezelf. “Ik verander wel,” beloofde ze, “ik word wel zoals jij, heb wat geduld”. Alsof die belofte in realiteit ooit had kunnen bestaan. Tussen al die mooie woorden door hunkerde ze naar een man die haar kinderen zou schenken, iets wat ik haar nooit zou kunnen geven.

Vanuit mijn studio zie ik hoe de menigte zich netjes opstelt in twee rijen. Over enkele minuten verschijnt het bruidspaar aan de kerkpoort. Precies twintig minuten heb ik nog om een tekst te schrijven op de kaart die ik voor haar kocht. Niets heb ik haar nog te vertellen. Niets verbindt me nog met haar, enkel herinnering. Herinnering aan wat?

Ik kom altijd op tijd, behalve vandaag. Ergens in een hoekje achteraan vind ik een plaats. Diep vanbinnen hoop ik dat ze me zoekt, dat haar ogen alleen maar hunkeren naar mij, ook al hunker ik niet meer naar haar. Ik heb geen kaart bij me, geen bloemen, geen cadeau voor de vrouw waar ik ooit alles voor had willen doen. Alles.

Al lange tijd laat ik mezelf verstaan dat het goed is zo, dat ze gelukkig is en ik ook en dat alles willen doen voor iemand niet gezond is.

“Als ik op vrouwen viel, zou ik kiezen voor jou.” Zo hoor ik het de laatste tijd. Dat lijkt me een veilige uitspraak, eerlijk ook.