Pumps

Twee glansrode pumps. Ze draaien als ballerina’s rond op een roterend platformpje. Zoë kleeft met haar neus tegen de etalageruit. Ze staat er al een tijdje, roerloos en zonder te knipperen, de ruit aan te dampen. Ze wil ze gewoon even voelen. Eventjes vasthouden en dan netjes terugzetten. Gehypnotiseerd door de duizeligmakende schoenen stapt ze de winkel binnen. Ze geeft zichzelf zestig seconden bewondertijd.

Een minuut lang aait ze de rode schoenen uit de etalage. Ze voelt aan hun dunne hak, verleidelijke neus, streelt het gladde leer. Het afscheid is nakend, maar net wanneer ze hen terug in de etalage wil neerzetten, springen de schoenen uit haar handen de grond op en beginnen als een kat langs haar benen te vleien. Zoë kijkt angstig om zich heen, maar de andere klanten krijgen plots allemaal een bloedneus. Zoë probeert de pumps hardnekkig te negeren, ze loopt de hele winkel rond, kijkt geïnteresseerd naar andere, lelijke schoenen, maar hen afschudden, lukt haar niet. “Ksst, stoute schoenen!”, sist ze hen toe, maar de schoenen blijven vrolijk achter haar aan trippelen en door haar gedachten wandelen. Zelfs wanneer ze naar buiten wil lopen, volgen ze trouw haar pas. Natuurlijk begint het alarm hevig van zijn oren te maken en kleurt Zoë zo rood als de schoenen. Hoe moet ze dit in godsnaam uitleggen? Ik moest wel weglopen, want ze gingen mij aanvallen? De winkeljuf is gelukkig druk aan het telefoneren en gebaart met haar lange nagels dat ze terug moet binnenkomen. Zoë stapt met tien kilo schaamte op haar tere schouders de shop terug binnen. De rode schoenen hinkstappen trouw achter haar aan, gaan hijgend op zoek naar een schoenlepel en schoppen hem speels voor de voeten van Zoë. Zij zucht, gaat zitten op een pasbankje en bekijkt de hakjes vertwijfeld van op een afstand. Die staan te smeken in de meest onschuldige benenpose: Toe! Trek mij aan! Even maar…

En dan gaat alles snel. Zoë schopt haar baskets uit, zwiert de kousen van haar voeten en hijst zich met de schoenlepel in de pumps. Ze waagt meteen enkele passen op de catwalk, een perfecte rechte lijn vooruit. Ze kijkt in de voetenspiegel, ziet zichzelf stralen en de andere klanten bevestigend knikken. Zoë voelt hoe iedereen haar bewondert. Eerst stilletjes, daarna steeds meer uitgelaten: ze klappen in hun handen, strooien complimenten als confetti over haar uit en smijten met slingers van bejubelende bijvoeglijke naamwoorden. Zoë voelt zich mooi. Ze voelt zich spectaculair mooi. Ze voelt zich pretty oh so pretty. “Zoë, meisje,” denkt ze bij zichzelf, “dit is een kans die je niet mag missen, zo fantastisch ga je je nooit meer voelen, kopen die handel!”

Wanneer ze honderd euro later terug buiten staat, wordt ze zich met een vingerknip bewust van wat ze net heeft uitgespookt: ze heeft zichzelf weer eens goed liggen gehad. Schoenen die flemen als katten? Vrouwen die complimenten als confetti uitdelen? Wat ze tegenwoordig zichzelf allemaal niet moet wijsmaken om zonder schuldgevoel haar zoveelste paar schoenen te kunnen kopen. Het begint echt ziekelijk te worden.