Sprookje
Er was eens een prins. Hij woonde in een koninkrijk hier ver vandaan. Hij was een knappe prins en een goede zoon en geliefd bij de onderdanen, maar hij had een probleem. Hij vond geen goede prinses. Hoe zijn vader en zijn moeder ook probeerden, de prins was nog nooit verliefd geworden. Een prinses moet lief zijn, en goed, en rechtvaardig, zei de koningin altijd. Ze mag ook best slim zijn of mooi zijn of goed kunnen koken, zei de koning dan. De prins ging akkoord, want hij wist al dat het niet gemakkelijk was om een goede prinses te vinden. Maar bovenal was hij nog nooit verliefd geworden en dat was toch wel het belangrijkste, zei de prins dan tegen zijn vader en zijn moeder. De koning en de koningin keken elkaar dan altijd even aan. Dan glimlachten ze altijd allebei en gingen ze steeds akkoord met de prins.
De koning en de koningin hadden al vaak diners georganiseerd met prinsessen uit elk buurland. En daarna ook met prinsessen van verder weg, maar de prins zei telkens: "Dit is ze niet. Ik kan het voelen." Dan probeerden de koning en de koningin hetzelfde met dochters van edellieden uit het koninkrijk. Daarna met dochters van edellieden uit andere koninkrijken. Tot ze het gevoel kregen dat er geen enkele dochter in de wereld de prins kon bekoren. Maar toch bleven ze geloven dat er een goede prinses bestond, waar dan ook en hoe moeilijk ze ook te vinden was. Dus ze stuurden de prins naar een oude wijze raadgeefster. Volgens sommigen wist deze raadgeefster alles. Alles is natuurlijk veel om te weten, maar de oude vrouw was zo wijs dat ze vaak alles leek te weten. Anderen zeiden dan weer dat de raadgeefster een heks was, en dat ze speciale krachten had waardoor ze in de toekomst kon kijken en terug naar het verleden en dat ze zo alles te weten kon komen wat nodig was om anderen te helpen. Maar het maakte eigenlijk niet uit hoe de oude vrouw haar wijsheid had vergaard, de koning en de koningin wisten gewoon geen raad meer en dus stuurden ze de prins naar haar toe.
De prins reisde enkele dagen door het land, naar een afgelegen woud waarin een groot en oud huis stond. Een bediende liet hem binnen en toonde hem een kamer, zodat hij zich kon opfrissen voor het avondmaal. De prins betrad zenuwachtig de eetkamer. De oude vrouw was dan wel een wijze raadgeefster, maar hij kon niet zomaar eisen om goede raad van haar te krijgen. Zij kon een wederdienst vragen en wie wist wat dat zou zijn. Hij nam tegenover haar plaats en ze aten in stilte. Na het dessert sprak de oude vrouw opeens.
"Je zoekt de liefde, maar vindt ze niet."
De prins knikte.
"Je weet gewoon niet waar je moet zoeken," zei de oude vrouw beslist.
De prins aanvaardde haar woorden in stilte.
"Voor ik je daarbij help, moet je ook mij helpen," zei de oude vrouw.
"Hoe kan ik u dan helpen," vroeg de prins beleefd.
"Jouw paard kan terecht in één van de stallen achter mijn huis, maar ik heb geen stallenjongen, dus je zal het werk zelf moeten doen."
De prins wilde de vrouw hier graag bij helpen, maar hij schaamde zich, omdat hij nooit geleerd had het werk van een stallenjongen te doen.
"Mijn huishoudster zal je morgen tonen hoe het moet," zei de oude vrouw terwijl ze de eetkamer verliet. De prins zag haar de rest van de avond niet meer.
De volgende dag werd de prins gewekt bij het ochtendgloren en de bediende gaf hem een hoopje versleten kleren om in te werken. Hij werd naar buiten geleid en zag voor de stallen de huishoudster van de oude raadgeefster staan. Tot zijn verbazing was het een meisje van zijn leeftijd. Veel tijd om daarover te denken kreeg hij echter niet, want hij werd meteen hard aan het werk gezet. Het uitmesten van de stallen en het verzorgen van zijn paard kostte hem enkele uren, met veel geduldige uitleg van de jonge huishoudster. Hij was al snel terug moe en erg hongerig en hij stonk en zijn lichaam deed pijn van het harde werk. Maar hardop klaagde hij niet. Hij werkte ijverig voort, uitkijkend naar het advies van de oude vrouw en hoopvol dat hij snel een goede prinses zou vinden.
's Avonds zat hij weer aan tafel met de raadgeefster en weer aten ze in stilte, tot na het dessert.
"Je zoekt de liefde, maar kent ze niet," weer klonk de oude vrouw heel verzekerd van haar woorden.
De prins knikte weer. Hij zag wel dat zijn moeder en zijn vader van elkaar hielden en ook van hem, en hij hield ook van hen, maar hij was zelf nog nooit verliefd geweest.
"Je kan de liefde alleen maar echt kennen door ze te ervaren."
De prins luisterde aandachtig naar de oude vrouw, want hij realiseerde zich dat elk woord dat ze sprak wijs was.
"Maar voor ik je daarbij help, moet je ook mij helpen," herhaalde de oude vrouw.
De prins was een beetje teleurgesteld, want hij had gehoopt na het harde werk van die dag al een antwoord te hebben. Maar hij was geduldig, want het was een belangrijke vraag, dus hij vroeg weer heel beleefd hoe hij de raadgeefster zou kunnen helpen.
"Eén van mijn jachthonden heeft enkele weken geleden een nest geworpen, maar mijn personeel heeft het al zo druk. Je kan morgen na je werk in de stallen de puppies verzorgen."
Weeral schaamde de prins zich, want ook over het verzorgen van dieren kende hij niets. En weeral zei de oude vrouw, voor ze de kamer verliet, dat de huishoudster hem morgen zou helpen. En weeral zag hij de vrouw niet meer terug die avond.
De tweede ochtend verliep volgens hetzelfde patroon. De prins ging aan de slag in de stallen bij het opgaan van de zon, moe van het vroege opstaan, maar hoopvol dat hij misschien vanavond zou weten waar hij een goede prinses kon vinden. De huishoudster hield hem gezelschap en hielp hem met het werk, zodat ze bijna dubbel zo snel klaar waren. Tijdens het ontbijt praatten ze honderduit. Ook al had de huishoudster het duidelijk erg druk, want ze wandelde nooit, maar liep altijd en ze praatte heel erg snel, toch maakte ze tijd voor de eenzame prins. Na het ontbijt bezochten ze de kennel waar het nest puppies lag en de huishoudster leerde hem hoe hij de jonge jachthonden moest verzorgen.
Tegen de tijd dat het avondmaal werd aangekondigd had de prins al, gewoon vanuit het plezier van de nieuwe ervaringen en het gevoel dat hij de huishoudster gelukkig maakte, haar geholpen met andere klusjes. Hij had meegeholpen met het maken van de lunch, had de kamers verlucht en de kussens opgeschud, en had de bloemen water gegeven. Hij was moe, maar voldaan en had deze dag veel spannender gevonden dan de vorige. Maar diep vanbinnen verlangde hij toch naar het antwoord op zijn grootste vraag, dus hij was ongeduldig voor het einde van het avondmaal.
"Je zoekt de liefde, maar ziet ze niet," sprak de raadgeefster na het dessert.
De prins verschrok. Hij kon toch alleen maar dingen zien die er al waren?
"Je kan liefde hebben zonder het te weten," vertelde de vrouw verder, "maar voor ik je help, moet je ook mij helpen."
De prins vond het moeilijk om niet te zuchten. De oude vrouw vroeg geen onmogelijke dingen, en de prins vond het niet erg om moeite te doen om een goede prinses te vinden, maar hij begon stilaan te twijfelen of de oude vrouw hem wel kon helpen. Maar een stemmetje in zijn hoofd spoorde hem aan om het nog even vol te houden, dus weer vroeg hij beleefd hoe hij de raadgeefster kon helpen.
"Mijn huishoudster vertelde me dat je haar vandaag erg goed hebt geholpen. Morgen heeft ze extra veel werk, want het huis moet gepoetst worden en de zolder moet worden opgeruimd. Je kan hier morgen bij helpen."
De prins had al verwacht dat hij weer iets zou moeten doen waarvan hij eigenlijk niet wist hoe het moest. Maar ondertussen had hij de huishoudster al beter leren kennen en hij wist dat ze hem zou helpen om het goed te doen, zodat hij het advies zou krijgen waar hij zo op wachtte. De oude vrouw lachte licht toen ze de kamer uitliep, maar zei verder niets meer.
De derde dag had de huishoudster het opvallend veel drukker dan de dag ervoor, want hij werd al voor het opgaan van de zon gewekt en voor de zon goed en wel zichtbaar was boven de bomen, hadden ze de stallen al uitgemest, het paard van de prins al verzorgd en het ontbijt al gereed gezet. De prins deed hard zijn best om de huishoudster zo goed mogelijk te helpen, maar zelfs met zijn hulp waren ze maar nipt klaar voor het avondmaal.
De oude raadgeefster wachtte weer met spreken tot na de maaltijd. Ze keek de prins eerst zo lang aan dat hij er opnieuw zenuwachtig van werd, en knikte dan bij zichzelf.
"Je zoekt de liefde, maar zo werkt het niet," zei ze uiteinderlijk, "je kan liefde niet zoeken, de liefde vindt je in haar eigen tijd."
De prins keek teleurgesteld naar het tafelblad. Hij voelde dat de woorden van de raadgeefster waarheid waren.
"Gelukkig komt die tijd steeds korter en korter bij," ging ze verder. De prins glimlachte verrukt.
"Dit is mijn raad, prins. Geef een bal voor alle huwbare meisjes, want een prinses hoef je niet al te zijn, je kan een prinses worden als een prins verliefd op je wordt."
De prins was vastberaden dat de raadgeefster gelijk had en nam de volgende ochtend, na een laatste keer de huishoudster geholpen te hebben, meteen afscheid om een bal te regelen. Voor de avond van het bal reisden honderden meisjes naar het paleis en dongen voor de aandacht van de prins. De prins praatte en danste en boog, maar toch was er geen enkel meisje waarvoor hij iets voelde. Halverwege de avond gingen de deuren van het paleis nog een keer open, en dit keer kwam de oude raadgeefster binnen. De prins keek echter pas goed toen hij zag dat de vrouw een meisje in een baljurk binnenkwam. Even herkende hij haar niet, maar dan zag hij opeens dat het de jonge huishoudster was. En even snel snapte hij opeens wat de raadgeefster hem had verteld. Hij had een meisje leren kennen dat lief was en vriendelijk. Ze zag er deze avond stralend uit, maar als de prins terugdacht aan de tijd die hij had doorgebracht met haar, dan was ze dan ook al mooi geweest, vooral als ze lachte. En ze kon goed koken, wist de prins. Hij was er zeker van dat ze nog meer goede kwaliteiten had, maar het belangrijkste van alles was goed. De prins voelde dat hij verliefd was.
---------------------------------------------------------------
Karen stopte haar notitieblok en haar favoriete pen in haar tas. Ze wist niet waarom ze opeens een sprookje had willen schrijven. Misschien omdat de uitnodiging van Lisa en Keith sprookjesachtig was geweest. Misschien zou ze het wel aan Lisa voorlezen. Ze dacht dat die er de humor wel van zou inzien, met al die referenties naar koken.
Ze gespte haar gordel terug vast. Het vliegtuig zou binnen twintig minuutjes aan de grond staan. Ze prees zich gelukkig dat ze een plaats aan het raam had kunnen kiezen op voorhand. Ze genoot van de details van de wereld die zichtbaar werden naarmate het vliegtuig daalde.
Ze was verbaasd geweest over de zinnen die uit haar pen waren gekomen over de liefde. Ook al wist ze dat verhalen niet altijd afliepen zoals je dat voorspelde, net zoals je een rivier ook niet rechtdoor kon laten lopen. Maar, besloot ze, deze week zou ze er niet zo hard over nadenken. Van liefde moest je eigenlijk gewoon genieten. En alsof ze die raad van haar eigen personages gekregen had, wist ze op dat moment dat ook dat de waarheid was.
