Categorie: Let me tell you a story
De pianist
Het was die kerstavond bitterkoud, natte sneeuw joeg met gore snelheid door de straten.
Een eenzame, wat oudere, wandelaar liep kromgebogen,schijnbaar doelloos,door de nacht.
De protserige kerstversiering versierde te uitbundig de gevels.
De man had er geen aandacht voor en opende de deur van het café genaamd “Het Verleden Zwijnt” Binnen was het schemerig maar weldadig warm.
Hij liep naar de bar en en klom op een kruk en bestelde een bokbiertje.
De ober bromde ook goeie avond, tapte het biertje, plaatste het op een viltje en liep weer terug naar zijn vaste stek.
Naast hem zat een man van een ondefinieerbare leeftijd, zijn gezicht was gecamoufleerd met een donkere, opzichtige zonnebril. Hij had geen consumptie voor zich staan en staarde gefixeerd naar, ja naar wat eigenlijk?
Plots wende hij zich naar zijn buurman, vroeg hem mag ik mij even voorstellen, wachtte het antwoord niet af en zei, mijn naam is Winie, wat is uw naam, dat praat wat makkelijker.
Pas toen viel het de aangesproken man op, dat buurman zijn linkerarm miste en antwoordde, je mag Eecu zeggen, mag ik vragen, zeker een hele handicap, een arm missen, kun je daar niet aan geholpen worden, ik bedoel, met een kunstarm of zo, het klonk wat stuntelig.
Wellicht kunt u mij helpen, sprak Winie raadselachtig, maar mijn arm is niet enige wat ik mis en
hij nam zijn zonnebril af. Heftig geschrokken staarde Eecu naar een afzichtelijk gat, waar ooit een oog in had gezeten.
Wil je er over praten, en hoezo kan ik jou dan helpen, vroeg hij. Winie schudde heftig van nee, zette zijn zonnebril weer op, er over praten niet, maar of jij mij kan helpen, dan moet ik eerst meer over jou weten. Het klinkt gek, maar heb jij een wens, nee niet zomaar een lullige gewone wens, zoals een nieuwe auto, keuken, vrouw of een achterdeur, nee, een diepe, nooit hardop uitgesproken en liefst een niet realistische levens wens.
Eecu nam een flinke slok bier, keek buurman wat schaapachtig aan en zei, wil je het echt weten,
ja ? Ik ben nu 64 en heb, zolang ik me kan heugen, inderdaad een onvervulbare wens, maar waarom wil je dat weten? Wel sprak Winie, er is een goede kans, al klinkt dat ongelofelijk, dat ik jou kan helpen en dat die wens binnenkort vervult zal gaan worden, laat maar horen wat die is.
Nou zei Eecu, ik droom al jaren, dat ik een wereld beroemd pianospeler zou zijn, niets lijkt mij mooier in het leven dan de mooiste en moeilijkste melodieën in de grootste theaters spelenderwijs te mogen vertolken. Maar helaas, in mijn jeugd zei mijn pianolerares al na tien lessen dat ik een hopeloos geval was en beter wat anders kon gaan prutsen.
Of je het nou geloofd of niet, zei Winie, ik kan en wil jou helpen om die droom te verwezenlijken, maar daar staat wel wat tegenover, jij moet daar iets voor terug doen, of beter nog, voor achterlaten.
Heb jij vanavond soms bedorven paddo's gegeten, of ben jij gewoon knettergek, vroeg Eecu.
Winie zuchtte eens diep, nee geen van beide, ik heb een speciale gave, waarvan ik eenmaal per jaar en wel op kerstavond gebruik van mag maken. Wil je nou dat je wens uitkomt, of blijf jij je hele leven verder dromen?
Nou vroeg Eecu, je zei net dat ik daar iets voor moest achterlaten, wat bedoel je eigenlijk, mijn hele nalatenschap stelt niets voor, maar laat maar weten wat je wilt.
Er viel een stilte, die werd onderbroken door de ober, die vroeg of de heren nog iets wilde nuttigen.
Nee, dankjewel nu even niet, antwoordde beide mannen in koor.
Wat ik wil als tegenprestatie is een oog van jou zei Winie, als begenadigd pianist heb je geen twee ogen nodig, het gaat immers om je handen. Denk goed na voor je antwoord geeft, ik vraag dit geen tweede keer, dit is je kans, wat heb je te verliezen, nou een oog minder dan, maar wat heb je te winnen, een droom die eindelijk uitkomt met het vooruitzicht van een prachtige carrière als concert pianist.
En hoe dacht dokter Frankenstein dan wel om mijn oog te verwisselen, heb je soms een Stanley mes bij je en een rolletje dubbelzijdig plakband, lachte Eecu schamper.
Ik zal het je uitleggen hoe ik dat doe reageerde Winie, ik neem jou hier ter plaatse mee naar een soort van diepe hypnotische sessie van nog geen drie minuten, als je daarna ontwaak, is alles achter de rug. Je zult je prettig voelen en geen enkele pijn ervaren, alleen moet je even wennen aan dat ene oog. Morgen start voor jou een nieuw leven en nogmaals, je kunt alleen maar winnen.
Ober, doe mij een dubbele whiskey riep Eecu, het zweet stond op zijn voorhoofd. Wat een waanzin, waar ben ik in verzeild geraakt, vroeg hij zich af. De ober bracht het gevraagde en Eecu goot het in een slok naar binnen. Och wat kan mij het ook schelen dacht hij, ik heb geen kip of kraai en die man lult maar wat uit zijn nek, wat een flauwekul er gebeurt toch niks.
Doe het maar, je gaat je gang maar, veel plezier met mijn oog.
Winie draaide zich om en ging tegenover Eecu zitten, kijk mij recht in mijn oog en ontspan je. Denk eraan hoe fijn het straks zal zijn, om maar met een oog te hoeven knipperen en dat het risico om nog een oog te verliezen dan 50 procent minder is.
Hij brabbelde wat in een vreemde taal, maakte met zijn ene arm een trage zwaai naar ooghoogte. Je voelt je heel moe en je wilt het liefst even een tukkie doen. Tand om tand , oog om oog, volg mijn hand en kijk omhoog. Eecu voelde zich loom worden, het leek of het oog van Winie steeds groter werd en eerst langzaam, maar steeds sneller begon te draaien in felle, spiraalvormige, epileptische bewegingen. Hij voelde zich draaierig en steeds slaperiger worden. Wanhopig probeerde hij nog om daartegen weerstand te bieden, maar het was al te laat, hij viel in een diepe comateuze slaap.
Het eerste wat Eecu wat wazig zag toen hij ontwaakte was een donkere zonnebril op de bar.
Hij wreef zich eens in zijn ogen en donderde haast van zijn kruk, hij kon zijn oog niet geloven, want hij voelde aan de linkse kant een gapend gat. Wel godverdegodnondeju, heeft die slager me toch te pakken gehad. De kruk naast hem was leeg, hij zette de zonnebril op, bestelde nog een dubbele whiskey en rekende af. Hij had ineens een onbedwingbare zin in een sigaret, wenkte de ober en vroeg of er een sigarettenautomaat aanwezig was. De kale wat corpulente man zwaaide naar een hoek in de zaak, daar achter de piano hangt er een.
Bij het woord piano voelde Eecu een vreemde trilling in zijn vingers opkomen. Als door een magneet aangetrokken klom hij van zijn kruk en liep naar de piano. Hij opende de klep, dat wist hij nog van zijn vroegere lessen, ging op het gammele krukje zitten en vroeg zich af, wat nu.
Bijna als vanzelf gingen zijn trillende vingers naar de toetsen, als ik nou eens met èèn vinger stille nacht, heilige nacht probeer, maar verder kwam hij niet, al bij de eerste aanraking danste alle vingers en wellicht ook zijn duimen over het klavier. Tot zijn stomme verbazing speelde hij, als geroutineerd, het aloude kerstnummer. Hij gebruikte zelfs de zwarte toetsen.
Als in trance liep hij, onder applaus van de paar aanwezigen, de kroeg uit. Die hele nacht kon hij de slaap niet vatten, wel een paar borrels.
De volgende dag las hij in de krant dat er bij het regionaal Stress ensemble auditie gedaan kon worden voor de functie van tweede pianist. Hij belde op voor een afspraak en kon nog dezelfde middag langs komen. Daar aangekomen verwelkomde de dirigent hem hartelijk en verzocht hem plaats te nemen achter de piano. Het is de bedoeling, dat je derde symfonie van Vittolore vertolkt maar wel in D kleine terts, zonder bladmuziek, lukt dat? Mag toch geen probleem zijn, jammer dat je geen vleugel heb staan, zei Eecu en nam plaats op de kruk.
En weer vlogen zijn vingers in een prachtige cadans over de toetsen. Toen hij uitgespeeld was, nam de dirigent een diepe buiging, prachtig, prachtig, pianissimo, wat een schitterende vertolking, stamelde hij, je bent aangenomen.
De daarop volgende weken oefende Eecu met het 7 mans ensemble voor het jaarlijkse optreden in het parochiehuis. Die dag stroomde de notabelen en ander volk massaal toe, ze hadden al geruchten gehoord over een nieuwe sensationele pianist. Het werd een groot succes, Eecu kreeg een lang durend applaus voor zijn sublieme optreden. De directeur van de plaatselijk potjesfabriek opperde het idee, om geld in te zamelen voor een standbeeld van Eecu, dat op het dorpsplein moest komen.
De dagen daarna kreeg ook de landelijke pers lucht van het nieuwe fenomeen en werd hij onder meer uitgenodigd voor een talkshow bij Lauw en Pitteman. Op de vragen van Lauw, waarom de mensheid nog niet eerder van hem had gehoord, waar hij de afgelopen jaren mee bezig was geweest en hoe hoe het zat met dat oog, antwoordde Eecu, ik ben mijn hele leven al een autodidact pur sang, dus dat was studeren en maar oefenen en dat missing oog, als puber ben ik in een hooivork gevallen.
Beide heren knikte begrijpelijk, des temeer lof voor zo'n doorzettingsvermogen.
Daarna duurde het niet lang meer of de ganse muziekwereld stond op zijn kop. Overal werd Eecu uitgenodigd voor een optreden. Van Rusland, naar Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk, Lommel, en zelfs in Milaan. Het Theatro La Scala in Milaan, is en was het summum van het klassieke repertoire, je was pas echt fameus en beroemd, als je daar met succes had opgetreden,
Op 13 Oktober stond zijn gastoptreden gepland met het legendarische orkest van Fabian penicello. Op het programma stonden werken van: Johan Mazert, Paganonni, Schupert, chopan en Kloris Berozavski.
Die dag was Eecu voor het eerst wat gespannen, er stond immers zo veel op het spel, eeuwige roem of een diepe afgrond. Voor de pauze was het niet echt subliem, hij maakte, voor de kenners, het foutje om het adagio van Paganonni wat te gehaast te spelen, maar zijn Martellato tijdens Schupert was zoals vanouds.
Na de pauze bracht Eecu de zaal compleet in extase, zijn handen leken betoverd, experts beweerde later dat de overture in de vierde allegretto van Kloris Berozavski nog nimmer met zo'n forzando plicato was uitgevoerd.
Na de laatste tonen bleef het seconden lang muisstil, de zaal was in een complete diepe vervoering, tot de dirigent met het stokje subtiel zijn vingertoppen beroerde. Het sein voor een massaal pandemonium van geluid. Nog nooit in de rijke historie van het Scala was er zo een orgasme van enthousiasme geweest. De mensen gaven hem een 20 minuten lang durende staande ovatie, zwaaide met witte zakdoekjes en schreeuwde luidkeels, bravo, fortissimo en een enkeling zelfs, hup Holland hup.
Pas na vele uren keerde de rust terug in Milaan. En Eecu? voor het eerst in zijn leven was hij volmaakt gelukkig, genoot van alle aandacht, maar was uiteraard zeer vermoeid.
Het was al in de kleine uurtjes dat er een taxi voor hem werd besteld om terug te keren naar zijn hotel. Hij had de nodige limoncello`s op en liep wat wankelend naar buiten.
De taxi kwam voorgereden. Eecu opende de deur en wou instappen, toen het noodlot zich voltrok. Hij had net èèn arm binnen toen de chauffeur die deur dicht trok en vol gas gaf. Eecu werd tientallen meters meegesleurd, hij werd heen en weer geslingerd als een lede pop.
Eindelijk stopte de taxi, Eecu als grof vuil achterlatend. Met gierende banden ging de taxi er vandoor.
De Italianen die getuige waren geweest, belde in wilde paniek de ambulance, enkele vrouwen stortte snikkend ter aarde. De artsen in het ziekenhuis hadden geen keus, al vielen zijn verdere verwondingen wel mee, helaas moest zijn linkerarm worden geamputeerd.
De dader kon niet meer worden vervolgd om terecht te staan voor deze laffe daad. Hij had, voor de politie hem op het spoor was, een einde aan zijn leven gemaakt.
Het bleek om een Nederlander te gaan, ene W. uit V.
Er werd nog vermeld dat de dader èèn arm miste en twee verschillende kleuren ogen had.
Weer was het kerstavond, in het café “Het Verleden Zwijnt” zat een man aan de bar. Hij droeg een donkere zonnebril en miste zijn linkerarm. De deur ging open en een wat oudere man kwam verkleumd binnen.
Vroeg in de ochtend
Ik hield van de ochtend. Wakker worden met een kop dampende, pikzwarte koffie. De frisse lucht die mij aan vakantie deed denken, aan de vrijheid die ik had. Het alleen zijn en volledig onafhankelijk. Ook al had ik wel een vriendje, ik hield hem bewust op een afstand. Want uiteindelijk ging mijn vrijheid nog steeds voor alles.
Ik had gevochten voor mijn vrijheid, van jongs af aan. Beetje per beetje vormde ik een plan hoe ik mijn leven vorm zou geven. Et voilà: naar mijn idee had ik het perfecte leven bereikt!
In Italië had ik vrede gevonden in het huisje dat ik in gedachten had al van sinds ik het op reis gezien had toen ik 16 was. ‘Gek ben je, wordt volwassen en begin een leven met zekerheden!’ opperden mijn ouders. Maar zekerheden vond ik ouderwets en saai. Dus investeerde ik al mijn centen in mijn bouwvallige droom en zelfs mijn ouders konden zich vrede vol te slapen leggen in de bedden van mijn B&B. (Tja, die B&B, nog zo’n uitgekomen wens van mij.)
Daar stond ik dus, mij uitrekkend en maar slurpen van mijn koffie –een gehate gewoonte van mijn moeder die ik onderbewust toch overgenomen had-. En van zodra ik een stap buiten zette, wist ik het. Ik hoorde het: de vogels zongen anders. De lucht plette mijn gevoelens. Mijn hart schreeuwde en mijn mond schreeuwde geluidloos mee.
De wereld was hem vergeten. De enige constante in mijn leven. Het enige blijvende dat ik wél nodig had.
Maar de wereld was hem vergeten. Gewoon, zomaar. Een foutje waarschijnlijk. Niemand kan toch zomaar verdwijnen? Alsof hij er nooit geweest was. Mijn gedachtegang was een trein die oorverdovend rond denderde in mijn hoofd.
Ik sloeg met mijn vlakke hand tegen mijn bil waar ik niets vond in de broekzak die ik niet had. Ik zette mijn tas neer en spurtte naar binnen, pakte mijn GSM en belde hem op.
Zijn voicemail vroeg mij iets in te spreken na de toon, maar in plaats daar van sprong ik in mijn kleren en op mijn fiets en vertrok naar het dorp.
Ik woonde hoog dus hoefde in principe niet te trappen, maar deed het toch.
In alle gevoelens en verwarring die ik voelde, verloor ik de weg naar hem. Ik wist echt niet meer waar ik naartoe moest rijden! Plotsklaps werd de mij zo vertrouwde weg naar hem een doolhof. En ik deed.. Welja, wat deed ik? Niet veel in feite. Ik fietste rond en sloeg straten in als een gek.
Op een bepaald moment zag ik dan toch een huis dat me heel bekend voorkwam. Het was alsof ik in de hemel was. Tot ik de lucht weer voelde en mijn hemel ontpopte zich tot een hel.
In een paar seconden stond ik voor de deur en belde aan. Zoals ik half verwachtte deed niemand open, dus pakte ik de sleutel waarvan ik wist dat hij in een bloempot stak en opende zelf de deur.
Ik stapte binnen in het goed verlichte huis waar de geur van wierook ging en stapte meteen door naar de woonkamer. Ik riep hem maar kreeg geen antwoord.
Toen werd ik pas bang. Want ‘Wat als..’. Kalm, ik moest kalm worden. Rustig ademde ik in en uit.
Langzaam liep ik naar de deur die uitkwam op de gang met de trap. Op alles voorbereid legde ik mijn hand op de deurklink, ademde nog eens stevig in en uit en opende de deur.
Daar lag hij. Levenloos onderaan de trap. Zijn nek in een vreemde kronkel net als zijn arm. Ik observeerde zijn gezicht goed, sloot de deur terug en verliet het huis.
Ik onthield die herinnering: het gezicht van een man waar ik zielsveel van hield.
Zo stapte ik terug op de fiets, mijn hoofd gevuld met wolken, en ging naar huis.
Mijn koffie werd vast al koud.
De volkstuin

Ieder vrij uur gaat hij naar zijn tuintje. Sinds Ferry met pensioen is, heeft hij meer tijd dan ooit en vertoeft er dan ook veelvuldig. Het is een klein tuintje van nog geen zestig vierkante meter. Het was niet eenvoudig geweest om het plekje te bemachtigen, want hier in de stad is er veel animo voor een stukje natuur. Eerst was hij lid geworden van de vereniging ‘Behoud van Stadstuinen’ en nadat hij drie jaar op de wachtlijst had gestaan werd hem dit plakje grond toegewezen.
Rainy days

Vrijdagnamiddag. 15h00.
Ongeveer 17 jaar geleden.
Twee vriendinnetjes stappen in de regen naar de bakker om de zo geliefde boule de Berlin.
Onder een paraplu, meer bepaald moeders paraplu.
Bokeh

Een wazige foto en een weinig zeggende titel. Wat moet een mens ermee? De foto ligt bovendien reeds een vol jaar te wachten op iemand die er een verhaal bij schrijft. Het maakt een mens dan ook nieuwsgierig.
De schrijver!

Een zwart kader staart mij aan. Ik kijk naar het kader en ontdek dat het mij omringt en naar binnentrekt, de rest van mijn beeld valt weg. Al mijn gevoelens worden afgesneden en vallen als takken uit een boom.
Link: http://www.youtube.com/watch?v=SfjRljOLeTA&feature=fvst
Nicotine overload

De langstlopende relatie die ik tot nu toe heb gehad, is die met mijn sigaret. We waren onafscheidelijk, safke en ik. Een stel door dik en dun. Dat duurde in lengte van tijd 26.5 jaar en in lengte van jaren 31 jaar.
Toen ik 13 was, ging ik naar de huishoudschool en het was cool om een sigaret in je hand te houden. Dat gold niet specifiek voor de huishoudschool, maar daar ging ik nu eenmaal naartoe.
Bij de kapper

Ik werk vier vijfden en hierdoor ben ik iedere donderdag thuis. Om de veertien dagen ga ik ’s morgens, nadat ik mijn vrouw heb uitgezwaaid naar haar werk, enkele straten verder om bij mijn moeder te ontbijten. Zalig is het om je oude moeder nog enkele jaren dichtbij en in leven te hebben. We ontbijten met ons tweetjes en hervinden vrij snel die unieke intimiteit tussen moeder en zoon.
Komaan, vooruit!

Een multidisciplinair onderzoeksteam van de Duitse universiteit van Nürenberg is grondig ingegaan op de studie van de jongerenongevallen in het verkeer. Het team was samengesteld uit laatstejaars van de afdelingen psychologie, verkeerologie, sociologie, criminologie, biologie en statistiek.
Haartjes

Ik ben vergeten de haartjes op je lichaam te tellen. Ik weet hoeveel ogen, handen en tenen je hebt, hoeveel meisjes ze hebben liefgehad. Ik weet hoe je lacht en hoe je huilt – en hoe die koele blik in beide gevallen openbreekt. Hoe je de tijd neemt om een vraag te beantwoorden omdat je je eerst wilt inleven – en hoe ik daarvan hou. Hoe je stapt en wat dat met me doet – onvrouwelijk, en een beetje alsof je lijf je niet helemaal past, maar ik weet maar al te goed hoe het je wél past, hoe dat lijf in een meisjeskamer versmelten kan met wie je bent en met wie ik ben en hoeveel vrouw wij dan zijn. Hoe je kust. En de wereld kan doen stilstaan. Ik weet hoe je slaapt, halfnaakt, op je zij, met een kussen tussen je knieën geklemd voor je rug. Hoe je ontwaakt en hoe het voelt de korstjes voorzichtig uit je ooghoeken te vegen. Je zijige wimpers te proeven. Ik weet hoe je reageert als ik met mijn lippen je sleutelbeenderen aftast en mijn tong laat rusten in de perfecte holte daartussen. Ik ken de geur van je hals, die thuiskomen is, die ik zocht als ik niet inhaleerde maar onderbroken snuffelde omdat je haar nog nat was en een zeepparfum hem verborg, die geur die in eender welke omstandigheden in een tel mijn verlangen kan opwekken, en die op onverwachte momenten mijn neusvleugels nog binnen waait en me verlamt. Ik weet hoe lief je glimlacht als ik mijn gezicht zachtjes in je hand duw en je een afdruk geef als in zeezand – want scherpe lijnen herinner jij je nooit, alleen indrukken. Ik weet hoe sterk en kwetsbaar je bent, hoe je muren, zuilen, hele constructies bouwt waar ik op den duur niet meer doorbreken kan. Hoe het ijs zich vastzet op je wimperrand als rimmel. En hoe de toonhoogte van mijn smekende stem het ijs niet doet breken, maar ophoogt, tot ik onmogelijk nog in je ogen verdrinken kan.
De speculazenaar

Eèèèèèèèn HUPLA !!! Weer één.
De jonge zwarte man had het vrolijk uitgeroepen terwijl hij een speculaas in de naïeve vorm van een “manneke” bij de andere in een daartoe voorbestemde emmer gelegd had. En toch klonk de vrolijkheid in zijn stem een beetje fake.
Een nieuw misschien

Wat, als je niet meer kan en het vriest in je levenslust ?
Als zoveel vragen je onopgelost lijken?
Het denken niet veel verder reikt dan de achterkant van je oogbollen?
Je aanrakingen verdoofd zijn?.
De wind enkel koud uit het noorden blaast terwijl de zon achter dofgrijze wolken versmacht wordt?
Gezond jaloers

Zie nu toch dat vrouwtje bij die leuning staan. Wel, ik ben jaloers op haar.
Allez, zoiets meen je toch niet, dat vrouwtje heeft toch niets. Ze is oud en versleten. Haar rug is gekromd. Om een paar stappen te zetten heeft zij de steun van een looprek nodig. Bij iemand als haar vraag een mens zich trouwens af waarom men het een loop-rek noemt.
De goede moordenaar

met eigen handen gewurgd
zag hij schoonheid uit haar gezicht verdwijnen
tot doffe ogen met gebroken blik,
half weggedraaid
hem niet meer verwonderd aanstaarden
De man in de blauwe zwembroek

Hij kon het niet accepteren dit jaar, het einde van de zomer. Hij had een goede zomer gehad, een beste zomer, heel wat beter dan het jaar ervoor. En dus besloot bij tot een protestactie. Een zinloze protestactie, dat wel. Maar was alles in het leven niet zinloos?
Toen hij ’s ochtends op zijn wekkerradio hoorde dat het voorlopig de laatste warme dag van het jaar zou worden hoefde hij niet lang na te denken. Hij zou naar het strand gaan. Natuurlijk zou hij naar het strand gaan.
Seaside

De minister lag lekker languit in de duinen. Het zand onder hem was lekker warm en het had perfect de vorm van zijn lichaam aangenomen. De zon boven hem bezorgde een zalige warmte, perfect gekoeld door de strelende zeebries.
De eerste keer

Het kan morgen gebeuren, maar ook nog jaren uitblijven. Dat ze er door zakt. Dan kan ze geen kant meer uit. Maar hoe lang houdt haar knie het nog. Die gedachte laat me al maanden niet meer los. Nog nooit zag ze een ziekenhuis van binnen. Toch als patiënt niet. Met geen stokken wil ze er naar toe.
Insomnia

Het is donker, zo midden in de nacht met lakens hoog opgetrokken en vuisten omheen de randen geklemd.
Ingehouden rillen mijn ellebogen naar binnen.
Ik verjaag slaaploos demonen die als ratelslangen hun eigen staart najagen
Rusteloos keer ik zij om zij tot dekens en gedachten mij verstrikken.
Verlaten

Beste W,
Terwijl de brieven en felicitaties van over de hele wereld toestromen bij uw opvolger naar aanleiding van zijn Nobelprijs voor de Vrede zal de brievenbus bij u waarschijnlijk kunnen dienen als nestkast voor luie vogeltjes die de nakende winter niet zagen aankomen.
Ik weet dat je een dierenvriend bent dus ik vermoed dat je toch enig soelaas zal kunnen vinden bij de piepende kuikens in jouw Texaanse “mailbox”.
De ommekeer

"Wij zijn toch een perfect gezinnetje, hé?, fluisterde hij liefkozend in Nima´s oor. "Ja" zei ze, maar tegelijkertijd wist ze vanbinnen dat ze heel hard aan het liegen was, want eigenlijk was dit het tegenovergestelde van wat ze voelde.
