Vijftien minuten eer de bom ontploft
*klik* "Er ligt een bom in het centraal station. Centraal in het centraal station ligt er een bom. Nog een kwartiertje en dan is het om. Boem!" *klik*
14.23 uur
Het telefoontje spookte door zijn gedachten. De stem was vervormd geweest, maar had een beetje zangerig geklonken en had ritmisch de zesentwintig woorden uitgesproken en de hoorn ingelegd. Terwijl zijn gedachten het telefoontje eindeloos herhaalden, was zijn lichaam furieus bezig met het doorzoeken van het stationsgebouw. Ze hadden zich natuurlijk meteen gemobiliseerd. De ontmijningsdienst, het CGSU, de recherche. Het gebouw werd binnen de kortste keren ontruimd en overrompeld door politie-agenten die als krankzinnigen het stationsgebouw overhoop haalden op zoek naar de bom. Van dichtbij hoorde hij de luide stem van zijn teamleider, die bevelen blafte die hol terugkaatsten in het lege gebouw.
"Team A zoekt in de kantoren. Team B doorzoekt de hal. Team C de toiletten. Trek niet zo'n gezicht, Vanhamel, of je mag ze poetsen in't vervolg! Als we de bom vinden, wil ik iedereen buiten behalve het team ter plekke. Als we binnen," een pauze terwijl er een duidelijke klik was van een stopwatch, "vier minuten niks gevonden hebben, trapt iedereen het af!"
14.24 uur
Hij bewoog zich systematisch van één kant van het gebouw naar de andere. Elke donkere hoek werd opgelicht met de zaklamp, elke vuilnisbak binnenstebuiten gekeerd. Hij was nog niets tegengekomen. Hij wierp een blik omhoog, maar het gewelfde plafond was onaangeroerd. Een paar meter van hem af bewoog Steven zich gelijkmatig vooruit. Steven was nog niet zo lang geleden bij Team B terechtgekomen. Hij had lang undercover gewerkt, iets waar hij weinig over kwijt wilde, maar had niet willen overgaan naar een bureaujob bij de federale. Bruno kon hem geen ongelijk geven. Als er één ding was waar je hersenen helemaal van verwelkten, dan was het wel een bureaujob. Steven was een stille kracht in het team. Bruno moest wel eens vaker aan een slang denken. Je merkte hem nauwelijks op, maar als er iets te gebeuren viel, dan schoot hij in actie en had hij met lichtsnelheid de klus geklaard. Een stille kracht dus, en een welgekomen aanvulling bij het machogedrag van de anderen.
14.25 uur
Nog steeds niks. Ze zochten verder. Bruno voelde het zweet op zijn rug staan. Nog twee minuten eer ook zij moesten ontruimen. Achter hem ontstond een discussie. Bruno probeerde het te negeren, terwijl hij de volgende vuilnisbak doorzocht. En Vanhamel maar klagen over de toiletten, dacht hij grommelend, die worden tenminste gepoetst.
"Maar, meneer, ..."
Hij herkende de stem van de laatste nieuwe stagiaire. Vanbrugghe, de teamleider, had bijna elke maand een nieuwe stagiaire. De functietitel assistent in hun departement werd dan ook nooit opgevuld. Vanbrugghe had veel te hoge standaarden en vaak gaven de stagiaires zelf er de brui aan. Hij wist nog niet zo veel over de laatste nieuwe, behalve dat ze Sara heette. En dat ze hier niet hoorde te zijn, nu hij erbij nadacht. Hij wierp een vluchtige blik over zijn schouder. Vanbrugghe ijsbeerde op en af door de hal en elke paar passen stond ze voor hem in, terwijl ze iets probeerde te vertellen. Ze had niet eens een kogelvrij vest aan.
14.26 uur
"Saraatje, dit is niet het moment om mij te komen assisteren."
Bruno trok een gepijnigd gezicht. Die neerbuigende toon zou niet goed aangekomen zijn. Hij draaide nog even met zijn hoofd voor een blik. De houding van Sara zei het helemaal, die was serieus op haar tenen getrapt. Vanbrugghe was ondertussen al terug aan het ijsberen. Focus, Bruno! Er waren belangrijker dingen aan de hand dan woedende vrouwen. En hij had al helemaal geen zin om een opmerking van Vanbrugghe te krijgen in deze situatie.
"IK HEB VERDOMME DE BOM GEVONDEN!"
Bruno sprong recht en stond binnen de kortste keren voor Sara, die rood aangelopen en met wilde plukken haar uitdagend naar Vanbrugghe staarde. Hij pakte haar bij de schouders. "Sara!" Ze keek hem aan. "Waar is de bom, Sara?"
14.27 uur
"Luister," zei ze, en ze tikte met haar ene hak op verschillende tegels op de grond. Tak, tak, tak, tok. "Centraal in het centraal station." Dan wees ze naar de tegel waar ze opstond. Bruno keek omlaag en zag het patroon van de tegels culmineren naar degene waar Sara naar wees. Hij keek op en het hoogste punt van de koepel torende boven hem uit. Hij keek rond zich en de symmetrie van de hal viel op hem. Ze had de bom gevonden, realiseerde hij zich. Steven was al in actie geschoten. "Naar buiten, juffrouw Vermeersch!" riep hij, terwijl hij met een breekijzer de tegel omhoog hief. Bruno zag Sara met opgeheven hoofd langs Verbrugghe doorwandelen. Hij concentreerde zich terug op zijn werk. Nu ze de bom gevonden hadden, moest het belangrijkste nog beginnen.
14.28 uur
Het gat in de vloer was klein en volledig opgevuld met het houten kistje waar de bom in zat. Als hij zijn adem inhield, hoorde hij het zachte getik van de klok. Nog twee minuten. Ze moesten zich haasten om alles op tijd af te krijgen, besefte hij. Steven checkte of het kistje kon verwijderd worden uit het gat in de vloer, maar het paste er maar net in en ze konden geen grip krijgen op de zijkanten. Dan testte hij of het deksel niet aan de bom was gekoppeld, anders konden ze opgeblazen worden door alleen maar het doosje te openen. Het getik werkte op zijn zenuwen, maar hij was ervoor opgeleid om daar tegen te kunnen.
14.29 uur
Steven opende voorzichtig het deksel. De explosieven zaten onderaan dicht opeen gepakt, genoeg om de koepel te doen instorten. Geleidende draden krulden zich eromheen naar het ontstekingsmechanisme erboven. De digitale klok stond op drieënvijftig seconden. Bruno zocht snel en behendig naar de juiste gereedschappen aan zijn riem. Steven bestudeerde de bedrading nauwgezet. Kleurtjes, zoals in de film, konden immers gewoon omgewisseld worden. De andere teamleden verifieerden Steven's beslissing dat het de blauwe draad was die doorgeknipt diende te worden. Nog achttien seconden. Bruno perste de kniptang rond de blauwe draad tot hij brak. De klok bleef gewoon doortikken. Hij keek naar de anderen. Steven trok hem aan zijn mouw op, hij liep al naar buiten. Nog tien seconden om weg te lopen. De hal leek opeens veel groter dan ervoor. Nog zeven seconden. Bruno botste tegen de deurpost en struikelde half over de trappen buiten. Nog drie seconden. Ze waren nog te kortbij. Hij wierp zich op de grond en schermde zijn hoofd af met zijn handen.
-----------------------------
14.23 uur
"Verdomme, Dino!" Katia Slovinshka smakte nog een keer met haar lippen, zodat de lippenstift mooi verdeeld was. Ze was een beetje te opgemaakt om zich in de camionette van een loodgieter te bevinden, maar dat kon haar niet zoveel schelen. Als het nodig was, kon ze daar wel een excuus voor bedenken. Ze zag er gewoon zoveel beter uit met een beetje lippenstift. Vurig rode, net zoals haar wild krullende haar. Ze klapte het spiegeltje in de zonneklep aan de passagierszijde toe.
"We hebben fifty-fifty afgesproken, Dino Castiliev, en zo gaan we het ook doen ook," zei ze beslist. De chauffeur, in een blauwe overall en een geruit hemd, staarde boos naar haar terug. Hij was groot en breed en leek meer op een buitenwipper dan op een loodgieter. Hij was dan ook geen loodgieter. Kon zij toch niets aan doen dat dat meteen opviel. Dino wou opeens een groter percentage van de opbrengst. Hij zou herkend kunnen worden op de beelden van de beveiligingscamera's. Had hij zich maar beter moeten vermommen.
14.24 uur
Ze stak de lippenstift terug in haar handtas en voelde de loop van haar revolver zitten. Misschien moest ze Dino maar omver knallen, als de klus één keer geklaard was. Ergens had hij gelijk natuurlijk, maar herkend worden gaf hem niet recht op meer geld. Het gaf hem recht op een kogel door zijn hoofd. En ze vermoedde dat hij dat anonieme telefoontje gepleegd had naar de politie.
14.25 uur
Ze stonden een paar straten van het station geparkeerd met de camionette. Enkele minuten geleden hadden ze sirenes gehoord, auto's zien voorbij scheuren en flikkerlichten zien draaien in de richting van het station. Ze hadden elkaar verbaasd aangekeken. Iemand had de politie gewaarschuwd. Dino had nogal opvallend gepanikeerd vond ze. Te opvallend? Het probleem in haar wereld was dat je nooit wist of je iemand wel kon vertrouwen. Dus deed je het beter niet.
14.26 uur
Dino had natuurlijk niet geweten wat zij wist. Hij was een handlanger, had gewoon de bom geplaatst, onder het excuus dat er een leiding gerepareerd moest worden van de centrale verwarming. Zij was de wapensexpert. Zij had de bom ineengeknutseld. Zij had er een extra ontstekingsmechanisme in voorzien. Zelfs als de politie erin slaagde om de bom zogezegd te ontmantelen binnen dit en vier minuten, dan had ze nog een radiogestuurde ontsteking op zak. Daarom stonden ze nog zo dicht in de buurt. Daarom waren ze nog niet met de noorderzon verdwenen. Dat had ze Dino moeten vertellen toen hij begon te panikeren natuurlijk.
Hij lag met zijn armen op het stuur naar buiten te staren. Er was nog opvallend veel verkeer in deze straat, vond ze. En zoveel voetgangers. Haar hart stopte even met slaan. Zoveel voetgangers die allemaal subtiel de camionette in de gaten hielden. En daar, aan de overkant van de straat, vijftig meter achter hen, ze zag het in Dino's achteruitkijkspiegel,een wagen met ook twee inzittenden.
14.27 uur
"Verdomme, Dino!" riep ze nog eens. Hij schoot rechtop en zijn hoofd beukte tegen het dak van de auto. "Rijden! Rijden! Ze zijn ons aan het omsingelen!" Hij startte de camionette en terwijl ze de voetgangers zag opschrikken en zich naar hen toedraaien, al half in hun jassen reikend voor hun dienstwapens, scheurde Dino de straat uit. Hij keek snel in de spiegels. "We worden achtervolgd," bromde hij.
"Rij wat rond! Maakt niet uit hoe, probeer ze gewoon af te schudden. Je hebt drie minuten. En zorg dat je dicht genoeg bij het station bent daarna. Tweehonderdvijftig meter, Dino, en geen meter meer!" Ze nam de revolver uit haar tas en hield hem gereed. Hopelijk zou ze hem niet nodig hebben nu. Ze hield niet van verspilde kogels.
14.28 uur
Ze maakten een wilde bocht, een smal straatje in. Eénrichtingsverkeer in de andere richting, zag Katia vluchtig, maar gelukkig reden er even geen auto's in hun weg. Dan een bocht naar links, en snel weer twee bochten naar rechts. Ze zocht de koepel van het station, probeerde boven de daken te kunnen zien of ze nog dicht genoeg in de buurt waren.
14.29 uur
Katia was verrast door de rijkunsten van Dino. Ze hadden amper schade aangericht tot nu toe, ook al reden ze met hoge snelheid door smalle straatjes. Ze spoorde hem nogmaals aan om dicht genoeg bij het station te blijven. Ze keek op haar klok, nog een halve minuut. Dino maakte opnieuw een scherpe bocht, naar een grotere straat dit keer. De politie zat hen op de hielen en ze werden snel ingehaald. Verdomme, dacht Katia, zo worden we zeker gearresteerd. Maar als ze dan toch al op heterdaad betrapt was, kon ze op z'n minst haar werk afmaken. Ze keek op haar horloge. Nog enkele seconden. Ze keek op en zag het station in de verte liggen. De koepel flikkerde in het zonlicht. Ze telde af. De camionette reed elke seconde dichter en dichter naar het station. Ze haalde de ontsteker boven, opende het doosje en duwde op de knop.
-----------------------------
14.30 uur
Stilte. Al enkele seconden stilte. Bruno geloofde niet dat hij zoveel had misgeteld, dus hij draaide zich half om en keek op naar het stationsgebouw. Het stond er nog, de bom was niet afgegaan. Steven stond al recht, en klopte zijn broekspijpen af. Hij hield zijn hand uit naar Bruno en die liet zich gewillig optrekken.
Tweehonderddrieënvijftig meter verder, in vogelvlucht, werd de camionette van Dino en Katia tot stilstand gebracht door een wegblokkade. Katia ramde nog enkele keren furieus op de knop, terwijl de politieagenten de camionette omsingelden. Ze voelde zich zoals de slechteriken uit tekenfilms, die mislukten door het werk van een held ergens en de stommiteiten van hun handlangers. Volgende keer zou ze alleen werken.
