Zomaar gelukkig zijn
Julia stond die middag voor de railing langs de dijk.
Een klotsende kolkende zee voor haar en achter haar de fietsenwinkel.
Ze stond daar omdat dit hun plek was.
Ze zou niet achterom kijken - dat hadden ze immers ooit afgesproken.
Het voelde even alsof ze nog maar vijf minuten zou moeten wachten.
Ze zou weten dat hij zou komen en dat ze hem zou voelen.
Ze zou daar rustig en tegelijkertijd vol spanning staan wachten omdat ze wist dat hij zou kwam.
En als hij naar haar toe wandelde, zou ze dat weten.
Weten zonder te zien. Gewoon doordat ze hem zou voelen.
Ze zou weten dat hij het was door de manier waarom hij het haar uit haar hals opzij schoof en er met een lichte zucht van zijn lippen een zoen in zou blazen.
Dat het lichtjes begon te miezeren kon haar niet deren.
Alleen: nu kon ze hem wel niet horen.
Ze verscherpte haar aandacht met de zelfde intensiteit als dat het verlangen naar hem groeide.
Haar zenuwen en spieren waren vol van de spanning.
In elk geluidje hoorde ze zijn voetstappen.
Met elk zuchtje wind verwachtte ze zijn adem.
En dan zou ze iets voelen dat geen regen was.
Een streling achterlangs over haar haren.
Hij zou met zijn borst tegen haar rug aanleunen.
En met haar ogen dicht zou ze, zonder noch de zee noch hem gezien te hebben, het moment in zich opnemen.
Ze zou zijn geur herkennen, uit vele anderen te onderscheiden, want alleen hij rook zo bedwelmend voor haar.
Een tijdlang zouden ze daar staan. Hij zou met zijn hoofd in haar hals mee over de zee staren.
De regen zou hen alletwee niet kunnen deren.
Misschien zouden ze dan ook weer een gesprek hebben over de oneindige uitzichtloosheid van de zee, een beetje net zoals hun relatie was.
Alleen als je heel goed kon kijken op een heel zonnige dag kon je met een glimps een vermoeden van de overkant zien. Er was echter geen overkant. Alleen hier en nu was belangrijk.
En later zou hij haar omdraaien,
de natte haarslierten uit haar gezicht strelen
Ze zou zilte waterspatten en zoete regendruppels proeven
Ze zou zijn passie proeven als hij haar net niet zou kussen.
In de namiddag zouden ze een wandeling maken over het strand. Tegen de wind in, stilzijgend door het zand ploeteren richting 'ginder'.
Hij zou haar geen hand gegeven hebben. Op de een of andere manier had hij nog steeds moeite met fysieke aanrakingen in het openbaar. Ook al was een oktoberzondag met regen en wind aan het strand niet echt 'openbaar'.
'Ginder' zouden ze een taverne binnenstappen en een koffie drinken. Of misschien een thee. Rozebottelthee. Want hij hield ontzettend veel van de sinaasappel die ze erbij gaven. Alhoewel hij een echte espresso ook wel heel hard kon waarderen. Hij had haar alle details uitgelegd tussen de verschillende soorten koffies. Waarom er in een echte italiaanse capucino gestoomde melk gedaan werd en waarom er in België toch zoveel mensen dachten dat een capucino met slagroom diende gemaakt te worden. Wat de beste manier was om een latté te maken of hoe je de betere koffiebonen kon onderscheiden.
Daarna zou hij haar stilzwijgend aangekeken hebben. En stilzwijgend zou hij haar aangemoedigd hebben om te beginnen te vertellen. Nadat hij naar haar verhaal geluisterd had en misschien hier en daar een oplossing had gegeven voor de zaken waar ze in vastzat, zou hij zuchten. Dat zou voor haar het moment zijn waarop ze wist dat hij thuisgekomen was. Thuisgekomen bij haar.
Of dat zou ze er later voor zichzelf aan verbinden.
Ze konden samen lang zwijgen. Niet dat er dan gesprekken gevoerd werden. Maar gewoon samen zwijgen was leuk. Ze waren immers met hun twee samen. Voor even.
Als ze bij haar thuis afspraken dan liet hij haar niet uitspreken. Niet dat hij haar onderbrak natuurlijk. Bij haar thuis nam hij haar in zijn armen. Of liever gezegd nam zij hem in haar armen en streelde heel zachtjes over zijn rug en in zijn blonde haren. En na een minuutje of vijf voelde ze de spanning uit zijn lijf lopen. Die stoere zakenman werd dan een lappenpop. Het enige dat hij nodig had was een aai over zijn bol en een streel over zijn rug. Zachtjes knuffelen en niets zeggen. Hij werd helemaal leeg en klein. Zelfs nu hij een baardje had laten groeien kreeg hij dat kleine puberige nog steeds niet van zich af.
Julia kende hem al meer dan 4 jaar en nog steeds herhaalden dezelfde rituelen zich.
Het ritueel van 2 keer bellen op haar GSM.
Dan deed Julia haar voordeur open en opende ook met de parlofoon de deur van het appartementsgebouw.
Julia deed dan gewoon verder met haar werk alsof er niet net twee keer gebeld werd. Alsof ze niet net de deur had opgezet voor de buitenwereld.
Heel zachtjes sloop hij dan tot achter haar en nam haar net niet vast. Heel stilletjes stond hij dan achter haar en het was net die kleine centimeter afstand tussen hen dat haar het idee gaf dat ze naar elkaar trokken.
Zoals je magneten hebt met een zelfde polarisatie, net op die manier kon zij met hem omgaan. Geen aantrekken en afstoten maar een net niet raken.
En als de spanning niet meer te houden was, dan draaide ze zich om en pakte hem in haar armen.
Zelfs die allereerste keer had dit zich al afgespeeld. Ze hadden elkaar nog nooit gezien, nog nooit gehoord. Ze hadden niets afgesproken. En toch was er al sprake geweest van een ritueel. Alsof die avond elke toekomstige actie zorgvuldig werd uitgekozen.
Alsof die avond bepalend zou zijn voor alle andere avonden die nog moesten komen.
Die avond hadden ze ook al over de zee gesproken. Over wandelingen in de duinen. Over zand tussen je vingers voelen wegstromen. Over je handen heel hard dicht knijpen en slechts enkele zandkorrels overhouden. En over je handen openhouden en bang zijn voor een zuchtje wind dat je handvol zandkorrels zou verspreiden.
En over vertrouwen en geloof en de ware liefde. En over gelukkig zijn. Daar hadden ze veel over gepraat die eerste avond. Over gelukkig zijn. Over alles hebben wat je wil en wat je ooit droomde en toch niet dat voldaan gevoel hebben. Over de ware liefde vinden. Over kinderen. Over je soulmate en over passie. Over dat hoogtepunt en die paar kleine minpuntjes. Over trouwen met je jeugdliefde en haar op handen dragen, maar absoluut geen passie meer voelen. Maar vooral over gelukkig zijn en over je twee handen mogen kussen dat jij dat mag meemaken.
Zowel Julia als hij waren gelukkig en ongelukkig tegelijkertijd op hun eigen manier.
Ze hadden veel gepraat die ene avond en ook heel veel niet gezegd. Eigenlijk had hij veel meer niet gezegd dan wel, terwijl ze toch heel veel verstaan had.
Er waren stilzwijgend afspraken gemaakt.
Hij zou nooit van haar zijn, zij zou nooit van hem zijn. Alleen deze 3 uur samen zouden ze van elkaar zijn. Zouden ze de wereld voor elkaar betekenen.
Maar niets van dat alles werd benoemd. Geen van hen tweeën heeft daar een woord over gerept.
Later waren er steeds opnieuw van deze intense momenten gekomen. Op woensdagavond hadden ze immers steeds afgesproken. Julia wist dat hij op woensdag zou langskomen. Op die 4 jaar was er geen enkele woensdag onverwachts tussenuitgeweest. Daar hoefden geen afspraken rond gemaakt te worden. Op woensdag nam hij haar mee of kookte zij voor hem.
Zelfs die ene woensdag dat hij jarig was geweest, en zij toch geen geld te spenderen had.
Ze had een deken uitgevouwen op de grond van haar appartementje en een picknick klaargemaakt.
Een goedkoop maar lekker flesje wijn voor hem gekocht - zelf dronk ze geen wijn - en hem verrast met deze speelse manier van eten. Het was heel duidelijk aan de glinstering in zijn ogen te zien dat dit nieuw was voor hem. Dat hij niet goed wist hoe zich te gedragen. Maar juist omdat het woensdag was en zij bij hem was veranderede die ongemakkelijkheid heel vlug.
Op woensdag praatten ze, lachten ze, discutieerden ze, aten ze samen in een gezellig restaurantje of genoten ze van een saunaatje en van elkaars gezelschap. Op woensdag stond de wereld even stil en waren ze gewoon samen.
Op woensdag was zij van hem en hij niet van haar. En dat was goed.
Woensdagen waren goed. En daarom waren de andere dagen van de week ook goed. Er was immers elke dag iets om naar uit te kijken of om terug aan te denken.
Hij zou nooit de hare worden en zij zou nooit de zijne worden en dat was goed. Duidelijkheid was goed. En deze afspraak was duidelijk.
Ze was heel diep in gedachten verzonken geweest. Heel ver weg in plaats en tijd. En ze schrok dan ook op van de wegvliegende meeuwen. Alsof de meeuwen haar dromen en gedachten met zich meenamen.
Die middag zou hij niet komen.
Die middag stond Julia daar alleen op de dijk. In de miezerige regen.
Het was immers zondag.
