Zonder woorden

Zonder woorden zaten we te staren. We vonden geen woorden meer in het wateroppervlak. Alles was weggevlogen. De vogels hadden alles meegenomen. Maar de manier waarop ik je zag kon niemand me afnemen. Ik keek je aan en zag dat ook jij keek. Je keek met die gekke ogen van je. Die verkleuren met je gevoel. Ze waren grijs. En meer zag ik niet. Toen ik wegkeek, nam je mijn arm. En je draaide me rond. Je draaide me rond tot ik vergat dat ik bestond. Alles tolde en alles mengde. Ik kon er geen weg mee. Ik smeekte om te blijven staan maar wou blijven draaien. En toen stopte je. Je stopte en vertrok. Je gezicht nog even dicht bij het mijne. Ik voelde je adem en rook je net gewassen haar. Die geur die me gek maakte. Ik wou je. Ik wou je nu. Maar je liep weg. En je keek geen één keer meer om. Je was weg. En ik zag je. Voor het laatst.